Toen was het stil

Zo’n tweede jaar

Niet alleen ik vind dat het na 15 maanden hoog tijd is om de draad weer op te pakken, sommige andere mensen vinden dat ook. Geregeld wordt me gevraagd of ik alweer werk en waarom niet dan?

Nou kan het me niet echt boeien wat andere mensen van mij vinden, tenzij die mensen dicht bij me staan, want zij kennen mij.

Niemand die mijn situatie een beetje kent vindt dat ik moet gaan solliciteren. Behalve ikzelf, soms, op een goeie dag waarop ik fluitend de ramen lap, een flinke wandeling met het hondje maak, traliela drie gangen kook en aansluitend in mijn eentje de afwas doe. De volgende dag zak ik gegarandeerd in, als een soufflé die niet lang genoeg in de oven heeft gestaan; maar dat vergeet ik steeds.

Dus op zo’n goeie dag denk ik ‘kom, ik ga werken’. Want ik vind werken leuk en ik ben er nog goed in ook en ik ben het zat om op een houtje te bijten en een website te bouwen op de ouwe pc van iemand anders omdat ik er zelf geeneen kan betalen. Belachelijk. Schouders eronder, gaan.

Nou ja, de volgende dag dus. Blijk ik bijzonder slecht geslapen te hebben. Moet ik huilen omdat ik een theezakje uit mijn handen heb laten vallen. Val ik uit tegen Vijf omdat hij drie borden verspreidde door de huiskamer en vijf messen in de keuken vies maakte voor één ontbijt. Heb ik stress omdat ik binnenkort jarig ben en iedereen komt lekker eten, maar wat ging ik ook alweer klaarmaken en wanneer haal ik de boodschappen en welke boodschappen dan?

Chaos, absolute chaos in mijn hoofd.

‘Burn-out,’ concludeerde een vriendin en ik antwoordde dat ik rouw als burn-out+ beschouw. Niet alleen maar dat alle prikkels en activiteiten je teveel zijn, maar ook nog overal om moeten huilen.

‘O ja, maar je IQ zakt in tijden van rouw ook nog eens met enkele tientallen punten,’ wist een andere vriendin me te vertellen. Ah. Vandaar de problemen met het boodschappenbriefje. Bijtijds rekeningen betalen. Het programma van de cv opnieuw instellen.

Grenzen, weer die fokking grenzen.

Want ik ben onuitstaanbaar op minder goeie dagen. Klaag en zeur. Kreun en steun.

Dus ik doe weer een stapje terug. Doe zelfs een middagdutje. De fysiotherapeut zet de loopband wat omlaag. ‘Je belastbaarheid is gewoon laag,’ zegt hij ter verklaring.

Goed, er wordt voorlopig geen draad opgepakt, anders dan die van mijn haakwerkje. Een haakwerkje is vreselijk onsexy, maar ik kan het iedereen aanbevelen. Het is stil, het is fijn met kleurtjes, het is even helemaal niks, het is gewoon zen dus. En er komen zomaar vanzelf mooie dingen van, zonder dat ik hoef na te denken.

Pak ik daarentegen een stuk papier om lekker te gaan tekenen, dan weet ik eerst niet wat ik moet gaan tekenen en weet ik dat eindelijk wel, dan wordt het niet mooi. En voor je het weet, zit ik bijna te huilen van frustratie boven mijn eigen tekening.

Het gaat nergens over.

Het gaat natuurlijk over het verlies van mijn kind. Dat ik extra voel rond zoiets als een verjaardag.

Het voordeel van een kind verliezen dat niet meer thuis woonde, in tegenstelling tot een kind dat dat nog wel deed, is dat je niet elke dag die lege stoel aan tafel ziet. Je mist het kind dus vooral op bepaalde momenten.

En wij hebben een stevige verjaardagsontbijttraditie.

Die bestaat uit een jarige die in zijn slaap verrast wordt door de rest van het gezin, dat eerst stilletjes in de keuken rommelt, dan naar boven sluipt, om daar al zingend met ontbijt en cadeaus de slaapkamer binnen te komen zetten.

Dat ontbijt wordt – voor mij – ieder jaar lekkerder. Waar de kinderen voorheen dachten mij een reuzeplezier te doen met een plak cake gegarneerd met M&M’s, spekkies en slagroom met hagelslag, krijg ik nu vers geperst sinaasappelsap met een croissantje kaas.

Voorheen at ik me evengoed dapper door de cake heen, want ik was zo gelukkig met de blij gespannen koppies rond mijn bed. De mooiste momenten van het jaar.

En dús nu opeens pijnlijk.

Op alle andere dagen van het jaar kan hij zomaar niet in de buurt zijn even, maar op een verjaardag wordt Bas gemist, extra gemist. Ik zie die verfrommelde kop met inderhaast over zijn slaapkrullen aangetrokken sweater voor me, brommend meezingend met de al even slaperig uitziende broer en zus.

Ach, wat een mooie herinnering. Ach, wat doen mooie herinneringen zeer.

Mijn verjaardag was de eerste binnen dit gezin, na het overlijden van Bas, vorig jaar. Ik was blij dat het de mijne was, konden de kinderen even oefenen met hoe rot het voelt.

Ik zette me schrap, net als bij de eerste kerst en de eerste jaarwisseling.

Maar nu we alles voor de tweede keer zonder Bas meemaken, overvalt het me steeds, want ik ben kennelijk gestopt met schrapzetten. Denk ik: waarom ben ik toch zo sloom en moe? Ik huil normaal nooit om vallende theezakjes.

En dan opeens besef ik het – en dat kan dagen duren, voordat het besef er is – o ja. Het is echt nog steeds, opnieuw, misschien zelfs nog wel erger, heel verschrikkelijk om jarig te zijn zonder die gozer. Die knul, die grote onhandige vent met zijn mooie paardenstaart. Die altijd zelf cadeautjes voor me maakte, omdat ik het zo fijn vind om zelfgemaakte cadeautjes te krijgen. Met zorg priegelde hij de prachtigste boekjes, schilderijtjes en sieradendoosjes voor me in elkaar. Want zo klungelig en slungelig als hij zich voortbewoog, zo perfect werkten zijn ogen samen met zijn handen.

Allemaal zijn ze met zorg opgeslagen, in mijn hart en in mijn kast.

Dit jaar kreeg ik een schilderij van Marie. Ook niet voor het eerst, ook weer eentje om zorgvuldig te gaan bewaren. Naast een ontbijt waarvoor ze speciaal naar Nunspeet was afgereisd, naast een enorme berg aan cadeautjes die Vijf voor me had uitgezocht en op mijn bed had uitgestald.

Slaperig, want vreselijk vroeg in de donkerte, stonden ze daar een beetje hees te zingen, een bijna-mannenstem en de stem van een meisje.

Ik weet heel goed waar ik dankbaar voor mag zijn, ik heb geweldige kinderen gekregen.

Stom, dat juist die gedachte zoveel pijn doet.

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Resilience
Resilience

Waar haal je als nabestaande de veerkracht vandaan om door te gaan.

Homoseksualiteit in Nuns
Homoseksualiteit in Nuns

Dat het suicidecijfer in de Noord-Veluwe zo hoog is, lijkt verband te houden met de gebrekkige acceptatie van homoseksualiteit. Laten we dit alsjeblieft snel veranderen.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog
Resilience
Resilience

Waar haal je als nabestaande de veerkracht vandaan om door te gaan.

Homoseksualiteit in Nuns
Homoseksualiteit in Nuns

Dat het suicidecijfer in de Noord-Veluwe zo hoog is, lijkt verband te houden met de gebrekkige acceptatie van homoseksualiteit. Laten we dit alsjeblieft snel veranderen.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog