Toen was het stil

Vakantie

Ik was op vakantie. Samen met Rosa, Marie en Vijf en hondje Cookie in een niet al te grote auto met dakkoffer én trekhaakkoffer naar Frankrijk.

Vier tentjes en alle kampeerbenodigdheden, dus niet veel ruimte. De kinderen zitten nog net niet met de benen in hun nek.

Dolbij als je dan op een camping bent aanbeland.

En zeker op deze camping. Want hier zijn we thuis.

We komen hier al 16 jaar. Tussen alle andere bestemmingen in, die we bij voorkeur combineren met een paar nachtjes hier. Hier, waar men ons kent, waar men nog weet hoe leuk mijn kleuters waren, waar men mij een goedkoop weekje in een caravan aanbood toen ik net was gescheiden en niet wist waar ik met mijn drie kleintjes naartoe moest.

Je vraagt je af waarom ik niet gewoon ieder jaar weer hier naar ‘huis’ ga, als het zo fijn toeven is, waarom überhaupt nog andere bestemmingen?

Tja, ik wil meer van de wereld zien dan dit stukje midden-Frankrijk en ik wil mijn kinderen ook meer van de wereld laten zien. En Italië en Zweden liggen gewoon niet op de route.

Bovendien was vorig jaar de eerste zomervakantie na het overlijden van Bas, toen wilde ik niet naar een ons bekende plek.

Dit jaar merk ik waarom dat was.

Want hier waar men ons kent, hier hebben we 1000 herinneringen. Kamperen met Bas, klussen met Bas, croissants eten met Bas, een tent opzetten met Bas, kampvuur met Bas, hooien met Bas, kletsen met Bas.

Ook al ging hij de laatste jaren vaker niet mee op vakantie, juist op deze plek is hij zo vaak geweest.

Marie ontdekte op de muur in de schuur nog runen, daar een paar jaar geleden in krijt opgeschreven door Bas. Wat een bizarre ontdekking. Opeens was hij er weer even, haast alsof ik hem kon aanraken.

Een dag eerder reed ik in het autootje even heen en weer naar de bakker. Vrij vroeg in de morgen, van de camping naar het dorpje.

Een bekende weg, uiteraard, ook al varieert de beplanting jaarlijks, omdat aan weerszijden het land wordt bebouwd.

Nu waren het vooral zonnebloemen. In het verleden stapten we uit de auto om een foto te maken van mijn kinderen tussen de zonnebloemen, nu reed ik er tussendoor met deze herinneringen in mijn hoofd.

Opeens stak er een vosje over. Heel relaxt, alsof hij wist dat ik toch niet over hem heen zou rijden.

En het klinkt gek, maar opeens voelde ik Bas.

Als hij de afgelopen tijd ergens was, was het nu hier, waar de fijne herinneringen zo overvloedig zijn.

Ik voel diepe dankbaarheid, zoals steeds als ik om me heen kijk en besef wat ik heb.

Hazes galmt door mijn auto: ‘Liefde, wat is nou liefde – vergéeeeeeeven, hoort ook bij de liefde…’

Diepe dankbaarheid doet mijn tranen loskomen. Want juist als ik me dankbaar voel, voel ik wat ik ben verloren. En ook dan voel ik wat er nog te verliezen is. Liefde inderdaad.

De drie jonge mensen die ik bij me heb, wat ben ik trots op hen. Door de prestaties die ze leveren, dwars tegen alle verwachtingen in, ondanks de ballast die ze alle drie torsen. Maar vooral: wat zijn het mooie mensen. Lief, verantwoordelijk, bewust levend.

Zo’n 1000 kilometer verderop viert mijn grote liefde zijn vakantie met zijn kinderen. We hebben het allebei naar ons zin, maar missen elkaar en zien ernaar uit om elkaar weer te zien. Diep dankbaar ben ik voor die liefde, die alle stormen van de afgelopen jaren trotseerde en sterker lijkt dan ooit.

Mijn moedertje, die ons haar auto aanbood voor deze vakantie, omdat in die van ons de airco stuk is. Die dus vrijwillig 10 dagen zonder auto zit, terwijl ze alleen met haar auto haar huis verlaat, waardoor ze nu dus 10 dagen in afzondering leeft.

Al die mensen die ons een warm hart toedragen. Ook hier op de camping.

Al lopen we ook hier tegen de beperkingen van de awkwardness aan: veel mensen lijken niet te weten hoe ze met ons moeten omgaan en gaan ons daarom (?) maar een beetje uit de weg. Of de andere kant: iemand die ons haar eigen zware verhalen vertelt en die in plaats van te vragen hoe het met ons gaat, vraagt hoe hij ‘het heeft gedaan’.

Waar ik uiteraard geen antwoord op gaf. Het is geen spanning en sensatie, het is te gruwelijk om te vertellen en dat vertellen doe ik dus aan mensen die me na staan, niet aan mensen met wie ik een kopje thee drink op de camping.

Daar zitten ‘m dus de verschillen. Je bent thuis en nagenoeg al deze campinggasten voelen vertrouwd, maar wel tot hier en niet verder.

Maakt niet uit, ook hier moeten we onze weg in vinden. Ik schrijf met opzet ‘we’, want ik merkte dat mijn kinderen tegen hetzelfde aanliepen.

‘Weten de mensen die naast ons staan het wel?’, vroeg Marie bedachtzaam.

‘Is dat belangrijk?’, vroeg ik.

‘Ja, toch wel. Doen mensen nou aardig, of juist afstandelijk omdat ze het weten en er niet met ons over willen praten, of doen ze dat omdat ze me gewoon wel of niet aardig vinden?’

En zo ontstaan nieuwe worstelingen. Herkenbare worstelingen, want wij maken dit soort dingen dagelijks in onze omgeving mee, maar op vakantie kun je je ook nog voorstellen dat mensen voor je hebben bedacht dat je het er wellicht niet over wilt hebben, want vakantie.

Het is de eenzaamheid van de rouw.

En toch horen we die ene week ergens bij.

Bij de enige camping waar iedereen mee gaat picknicken bij het meertje. Waar de ene helft van de camping enthousiast meedoet aan Levend Weerwolven en de andere helft geïnteresseerd bijhoudt wat hierbij de verwikkelingen zijn.

We lijken wel een sekte, zei Marie. En inderdaad, als je ons zo ziet zitten, zou je dat kunnen denken.

Ik weet nog wel, het is alweer een aantal jaar geleden, dat we met een grote groep buiten in een kring zaten, met onze handen voor onze ogen, toen er een auto naderde met potentiële nieuwe campinggasten. De auto ging langzamer rijden, stopte, stond even stil. En reed toen achteruit.

Toen pas hadden we in de gaten dat we eruit zagen als een groep mensen die obscure dingen aan het doen was.

We hebben over elkaar heen gehangen van het lachen, het is een van de anekdotes die verteld blijven worden.

Maar ik ben blij dat we ooit bij deze sekte terechtkwamen. Bas en Marie waren vijf en vier jaar oud toen we hier voor het eerst kwamen. Nu Marie 20 is, gaat ze nog steeds mee en ze is beslist niet de enige. Twintigers komen terug, met hun ouders of met hun partner. Allemaal hebben ze hier hun geschiedenis.

Hoe kun je dankbaar zijn voor een camping?

Gek genoeg slaat de eenzaamheid toe als ik dit zo schrijf. Want ik ben er eentje kwijt. Die hoorde er ook bij. En het is net alsof hij er een beetje was daar en ik hem nu opnieuw ergens heb achtergelaten.

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Onverdraagzaam
Onverdraagzaam

Mijn empathie is stuk. Dat dit ook bij rouw zou horen, had ik nooit kunnen bedenken.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog
Zwaar voor zo’n kleintje
Storm op zee
Onverdraagzaam
Tijd
Eiffeltoren 2004
De Eiffeltoren van Bas
Doelloos
mens boven aan hoge rots
Bang
Onverdraagzaam
Onverdraagzaam

Mijn empathie is stuk. Dat dit ook bij rouw zou horen, had ik nooit kunnen bedenken.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog
Zwaar voor zo’n kleintje
Storm op zee
Onverdraagzaam
Tijd
Eiffeltoren 2004
De Eiffeltoren van Bas
Doelloos
mens boven aan hoge rots
Bang