Toen was het stil

Tijd

Een beetje gedachteloos kijk ik naar een tv-serie die ik heb opgenomen, als ik zie dat de hoofdrolspeler-rechercheur wordt geconfronteerd met de plotselinge dood van zijn dochter, een zelfdoding bovendien.
Dan kan ik niet anders dan even teruggaan naar het moment waarop ik het hoorde, het telefoontje dat met vier woorden mijn leven voor altijd veranderde.
Het gebeurt natuurlijk wel vaker dat ik terug denk aan die tijd, het is geen afgesloten hoofdstuk. Een beetje vaag is het wel, de herinneringen aan die eerste tijd bestaan vooral uit momenten waarop er bezoek was. Vriendinnen die eten kwamen brengen, ik zal ze nooit vergeten. De mensen die me mee uit lunchen namen ook niet. De eerste rouw gaat om eten, dat is duidelijk.
Maar ook de grote moeiten zijn blijven hangen. Moeite met een eerste verjaardag, een eerste kerst, een eerste oud en nieuw, nou ja en alle andere eerste momenten. Dan de tweede verjaardag, die zo mogelijk nog confronterender was dan de eerste, want ik was er minder op voorbereid, de tweede kerst. En dan zitten we nu in het derde jaar.
Ik merk dat ik in een soort vacuüm ben beland. Er verandert niet meer zoveel.
Genoeg mensen die zullen zeggen: ‘Maar hee, tweeënhalf jaar rouw is ontzettend kort he?’, en daar hebben ze natuurlijk gelijk in.
Maar ik heb het gevoel dat er niet meer zoveel gaat veranderen. We gaan door.
Marie ontwikkelt zich tot een mooie, sterke jonge vrouw, met vrienden die bij deze levensfase passen en vooral ook vrienden die een beetje kunnen aansluiten bij alle pijn die ze meezeult. Daarvoor hoef je het er niet altijd over te hebben, daarvoor hoef je het er misschien wel bijna nooit meer over te hebben. We weten het nu wel.
Vijf is keihard bezig met zijn school. Hij heeft een heel jaar gemist, na de dood van Bas, en heeft het evengoed gepresteerd om zonder zittenblijven nu vier havo door te worstelen. Op naar de vijfde, op naar een diploma, op naar mensen die een beetje volwassen zijn en die ook weten wat het is om een heel zware verantwoordelijkheid te torsen.
Mijn kinderen hebben hun jeugd ingeleverd toen Bas stierf en misschien al wel lang daarvoor zelfs. Maar ze gaan door. Zelfs in coronatijd, waarin alles stilligt, houden ze zich staande.
Ik ben zo trots, ik geloof niet dat ik ooit eerder hier schreef hoe trots ik ben op mijn kinderen. Bij deze. Voor de eeuwigheid.

Ikzelf ben degene die het moeilijkst verdergaat. Ik was al moe, lang voordat Bas stierf. Zo moe, van al het strijden, zo lang, tegen zo veel windmolens.
Blij dat ik het gedaan heb hoor, stel je voor dat ik niet gestreden had en Bas was eruit gepiept, zonder dat ik voor mezelf wist dat ik gegeven heb wat ik had. Het schuldgevoel is al erg genoeg zonder zo’n gruwelijk besef.
Maar de reserves zijn op, nog steeds. Corona slaat genadeloos toe – dat wil zeggen, ik heb geen klagen want ik doorsta een redelijk milde versie. Maar ik ben al weken onder de pannen, met een hoeveelheid aan coronaklachten die maken dat ik net niet functioneer.
Zou ik anders wel weer vrolijk aan het werk zijn ergens? Nee. Ik weet vrijwel zeker van niet.Ook al wil ik niets liever dan me gewoon weer fijn nuttig maken voor de gemeenschap en kijk ik bijna reikhalzend uit naar een plek met fijne collega’s, waar het gesprek over iets anders gaat dan al mijn privé-aangelegenheden, mijn concentratie is nog steeds stuk.
En dat lijkt zoetjesaan deel uit te maken van mijn vacuüm.

Want verder valt het wel mee. Ook ik ga door. Maak opdrachten voor de kunstacademie, loop heel kleine rondjes met het hondje. Wat een goeie besluiten waren dat, allebei!
Het hondje biedt liefde en verbindt ons allen nog eens extra in al haar aandoenlijkheid.
De kunstacademie zou me doen huppelen, als ik nog kon huppelen – wat is het heerlijk om vrijelijk te prutsen en te knoeien, met materialen en kleuren. Mijn creativiteit nooit eerder zo aangeboord, het voelt een beetje alsof ik heb leren vliegen.
Ik heb domweg geleerd hoe verf werkt. Wat je met klei kunt doen, met glas, met etsen, met potlood, met alles wat je in de kunstwinkel kan kopen.
En dat je dan zo’n academiegebouw inloopt en dat je verf ademt en denkt: ja, hier wil ik zijn. Alsof je thuiskomt.
Dat kan gewoon naast elkaar bestaan.
Aan de ene kant die scheurende pijn. Het gemis, het besef niet compleet te zijn, de confrontatie – steeds weer en nog altijd – met dat hij echt niet meer terugkomt. En aan de andere kant de jubel van de lente, van een blije hond en van een gebouw dat naar verf ruikt.

Het is een vacuüm: een ruimte zonder materie en zonder druk. Er zit geen begin en geen eind aan en zeker geen progressie. Het is gewoon zoals het is.
Ik weet niet of dat uiteindelijk gaat zijn wat werkt. Misschien is ‘vacuüm’ wel een ander woord voor depressie. Want er gebeurt ook gewoon niet zoveel, ik moet elke dag opnieuw mijn best doen om mezelf uit bed te hijsen.
Maar het mag even. Rouwen in tijden van corona valt namelijk ook niet mee. We zijn – op de mensen in de zorg na – allemaal tot stilstand gedwongen, lijkt wel, alsof het hele leven zich in slow motion afspeelt. De weken vliegen voorbij en tegelijk kruipt het voorjaar van 2020 tergend langzaam.

Is het gek dat ik mijn zegeningen tel, ook nu? Dat ik denk: nou, ik heb het toch maar mooi voor elkaar, met een huis met een tuin, op een fijne plek, met kinderen die graag hier zijn en een partner om ‘s nachts tegenaan te kruipen.Sommige mensen zullen het belachelijk vinden: je verloor je kind nog niet zo lang geleden, hoe kun je nou blij zijn? Maar kennelijk kan dat, dat je je geamputeerd voelt en min of meer depressief, dat je dus toch blije en dankbare momenten kunt kennen.
Het is een heel leven dat voorbij lijkt te zijn gegaan sinds dat ene telefoontje. Soms denk ik: is het nog maar tweeënhalf jaar geleden? Het lijkt wel 10 jaar geleden. Dan zie ik een foto langskomen van Moederdag, drie jaar geleden, en opnieuw houwt het door me heen: verdomd, toen was hij er nog. Drie jaar geleden nog maar. Toen was het leven nog best normaal.

2 Reacties

  1. Marten Schaafsma

    Ik voel met je mee Patti, vandaag op de 90ste geboortedag van mijn moeder ( zij werd 38 jr en overleed toen ik 11 was] en de dag de laatste maand van ons tweede jaar zonder Tjerk, ons tweede jaar nadat wij diezelfde woorden te horen kregen op 24 juni 2018. Jouw beschrijving kan ik naadloos over mij eigen gevoel en staat van zijn leggen. Dank voor het delen in deze tijd van extra diep eenzaamheid.
    Marten.

    Antwoord
    • Patti

      Dat is wel erg veel, Marten. Ik zou je heel veel sterkte willen wensen in deze extra moeilijke tijd, maar het zijn van die lege woorden he?

      Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Onverdraagzaam
Onverdraagzaam

Mijn empathie is stuk. Dat dit ook bij rouw zou horen, had ik nooit kunnen bedenken.

De Eiffeltoren van Bas
De Eiffeltoren van Bas

De uitvaart letterlijk terugkijken en opnieuw beseffen wat je nu eigenlijk mist.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog
Storm op zee
Onverdraagzaam
Eiffeltoren 2004
De Eiffeltoren van Bas
Doelloos
mens boven aan hoge rots
Bang
zeilboot
Positiviteitsdenken
meisje en hond op kleed
Rouwmoe
Onverdraagzaam
Onverdraagzaam

Mijn empathie is stuk. Dat dit ook bij rouw zou horen, had ik nooit kunnen bedenken.

De Eiffeltoren van Bas
De Eiffeltoren van Bas

De uitvaart letterlijk terugkijken en opnieuw beseffen wat je nu eigenlijk mist.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog
Storm op zee
Onverdraagzaam
Eiffeltoren 2004
De Eiffeltoren van Bas
Doelloos
mens boven aan hoge rots
Bang
zeilboot
Positiviteitsdenken
meisje en hond op kleed
Rouwmoe