Toen was het stil

Staking jeugdzorg

Voor de demonstratie in Den Haag, behorende bij de nationale staking jeugdzorg van 2 september, was ik gevraagd als spreker. Om te vertellen over de dood van Bas en de relatie daarvan met falend jeugdzorgbeleid.

Bijgaand, in plaats van een blog, de transcriptie van mijn verhaal.

Ik zou willen dat ik hier niet stond. Of dat ik hier stond als professional die even kan uitleggen hoe het allemaal wel moet.

Ik zou willen dat ik geen website had gebouwd en zo wel, eentje die is gemaakt om ouders te helpen hun weg te vinden in de sociale kaart van de jeugdgezondheidszorg. Een onafhankelijke hulp, los van aanbestedingstrajecten en wachtlijstmanagement. Want dat is nodig in het doolhof waarbinnen wanhopige ouders verdwalen als ze hulp zoeken voor hun kind.

Maar ik bouwde een website voor nabestaanden van zelfdoding. En ik sta hier als nabestaande van zelfdoding. Mijn kind heeft het niet gered. Je zou kunnen zeggen dat mijn kind gewoon pech had. Hij groeide op als oudste kind in een eenoudergezin. Hij ontwikkelde zich anders. Hij had een geboortetrauma. Was een dromerig kind, wat traag maar uitbundig vrolijk. Hij was grappig en had vaak de slappe lach. Vriendelijk en zachtaardig, en zeer begaafd, maar soms moeilijk te volgen voor eenieder die zijn denktrant niet kende. En hij wilde erg graag dat de rest van het gezin de dingen op zijn manier deed. Daar sprak ik hem dan op aan: ‘Bas, er is hier één mama en dat ben ik.’ Oké, knikte hij dan. Om vervolgens door te gaan met het opvoeden van zijn zusje en broertje.

Hij had stress van school, waar hij met zijn hoogbegaafde hoofd en disharmonisch intelligentieprofiel niet gewoon mee kon komen. Die stress nam hij mee naar huis. En ik wist niet hoe ik hem kon helpen. Hij had hulp nodig op school, maar ook daarbuiten. Hij had meer nodig dan ik hem kon bieden en dat zag ik wel, maar ik kon het niet veranderen. Er waren regels, maar niet genoeg regels. Er was regelmaat, maar niet genoeg regelmaat. Ik was geduldig, maar nooit geduldig genoeg. Bas had hulp nodig en ik ook, want ik wilde de moeder zijn die hij nodig had. Dus ik vroeg om hulp.

Ik wilde graag leren hoe een kind als Bas op te voeden.

Een kind dat bovenmatig intelligent was maar geen zelfinzicht had, dat vond dat hij gelijk had en somber werd als hij op zijn plaats werd gezet. Een kind dat alleen maar korte opdrachten onthield, omdat anders de draden in zijn hoofd in de knoop raakten. Veranderingen in zijn situatie kon hij niet goed hanteren, dan liep hij weg. Ik wilde het begrijpen. En vooral wilde ik er adequaat mee omgaan. Duidelijk, gestructureerd en ook luchtig en vrolijk. Ik wilde een zekere afstand bewaren, opdat ik kon blijven zien wat hij nodig had, zonder dat mijn gevoelens een rol speelden.

Dat lukte niet.

Met begrijpen kwam ik een heel end, duidelijk ben ik ook zeker wel, maar zoveel structuur als Bas nodig had, paste dan weer niet bij mijn hoofd. Bovendien gaat mijn hoofd zo snel en dat van hem zo traag. En wat ik nodig had, was een bijna professionele afstand, wat in een drukke gezinssituatie gewoon teveel gevraagd was. Wat ook niet hielp, was dat Bas voor de buitenwereld een modelkind was. Veel mensen, ook hulpverleners, begrepen niet waar ik nou zo moeilijk over deed. Ik kan een boekenkast vullen met alle dossiers die er van Bas zijn aangelegd in de loop der jaren. Want ik heb met hem geleurd: help hem alsjeblieft! En help ons ook, de rest van het gezin, dat er ook niks aan kan doen. Help mijn andere twee kinderen, opdat ze zorgelozer kunnen opgroeien dan nu het geval is.

Ik was overbelast.

Naast dat kind dat in zijn eentje zorg en aandacht nodig had voor drie, had ik er nog twee. Drie kinderen op drie verschillende scholen. Een baan ver weg van huis. Een huishouden. Tuin. Huisdieren. Een spierziekte, ook nog. Het was een kwestie van tijd voordat ik zou omvallen. En dat gebeurde dan ook, middenin de puberteit van de oudste twee. Ik kon niet meer. Maar ik wilde en moest wel voor mijn kinderen blijven zorgen. Bas was woedend. Hij had een mama nodig die sterk was en immer stabiel. En niet de krachteloze, hulpeloze semi-bejaarde die ik opeens leek te zijn geworden. Alles bij elkaar maakte dat Bas het niet meer wist. Steeds bozer werd. En steeds verder van me afdreef. Op school liet hij alles maar uit z’n handen vallen, want wat hij ook deed, hij deed het toch niet goed. Hij viel steeds verder uit de boot. Uit iedere boot. Ik leurde met hem, in de tussentijd. Ik denk dat ik wel 10 jaar van zijn leven met hem heb geleurd. De helft van zijn leven heb ik hulp gezocht.

Help, er is iets met mijn kind en ik kan het niet oplossen. Help, de rest van het gezin gaat er ook aan onderdoor. Help ons alsjeblieft.

En toen kwamen de hulpverleners. Heel stomme, die zich er snel af probeerden te maken. Incompetente, die vooral zagen hoe leuk Bas was en hoe slim ik ben, maar niet hoe beperkt Bas óók was en hoe beperkt ik was in mijn vaardigheden om daarmee om te gaan.

Maar vooral toegewijde hulpverleners kwamen we tegen. Mensen met opleiding en werkervaring én het hart op de goede plaats, die Bas zagen en die mij zagen en die graag wilden dat we verder konden. En die vervolgens niets konden verzinnen waar Bas baat bij zou hebben. Want Bas was nogal complex. Heel slim, maar toch beperkt. En moest hij nou psychiatrie of jeugdzorg? Hij werd heen en weer gepingpongd, leek wel. Het is dus niet zo dat niemand zijn best deed. Maar het leek een hoop los zand.

En de zorg die nodig was, liet steeds maanden op zich wachten.

De zorgverleners die we kregen toegewezen, hadden meestal geen enkel beeld bij wie Bas was en wat hij nou nodig had. Steeds weer moesten we opnieuw beginnen, moest ik uitleggen wat ik dacht dat hij nodig had. Wat zou nu wel adequate hulp zijn geweest?

Nou, gewoon, iemand die had geluisterd. Die het hele kind had gezien: creatief, zorgzaam, begaafd, charmant. En niet alleen de stemmingsstoornis of de ontwikkelingsstoornis. Iemand die naast mij was komen staan in mijn moederschap. In plaats daarvan kreeg hij steeds opnieuw antidepressiva voorgeschreven, ook al reageerde hij daar steeds weer paradoxaal op en werd hij zelfdestructief en suïcidaal. Bas zou naar een instelling, waar hij zou kunnen leren omgaan met zijn beperkingen en gebruik maken van zijn talenten. Maar na een paar maanden wachttijd – waar we inmiddels wel aan gewend waren, weigerde de instelling hem alsnog, omdat hij niet ‘zwaar’ genoeg was.

Ja, ooit waren er instellingen waar men hem wel had kunnen helpen, maar die zijn allemaal gesloten.

Toen ik dat las, zoveel jaar geleden, dat er instellingen werden gesloten en dat de transitie naar de gemeenten eraan zat te komen, toen ik zag dat ambulante en semimurale zorg steeds verder werden wegbezuinigd, toen zei ik – ik hoor het mezelf nog zeggen: ’dat gaat levens kosten.’ Ik had niet kunnen bevroeden toen dat één van die levens dat van mijn kind zou zijn. Hij wilde niet dood toen hij 16 was, hij wilde geholpen worden. Niet door hem ergens op te sluiten en dan verder niks te doen, maar door hem te zien, te horen, te begrijpen. Steeds weer als hij rustiger in zijn hoofd werd, werd hij naar huis gestuurd. Want ja, dit was een crisisopname. Voor behandeling golden lange wachttijden.

Zonder zorg of nabehandeling, gewoon helemaal alleen met zijn inktzwarte gedachten. Weggestuurd, voor zijn gevoel.

Logisch hoor, hij hospitaliseerde in een rap tempo, maar opname zonder behandeling en dan ontslag zonder nazorg – het leek allemaal zo zinloos. Intussen was de leefsituatie thuis onhoudbaar geworden.

Wat doet het met een kind, een speciaal gevoelig en intelligent kind ook nog, om steeds maar te merken dat je nergens tussen past? Je bent altijd anders dan de rest. Zelfs je eigen gezin haalt opgelucht adem als jij je hielen licht. Ze proberen je dat niet te laten merken, want ze houden van je, maar ze kunnen even niks met je. De hulpverlening bijt zijn tanden stuk op je. Want je bent niet zwaar genoeg. School lukt niet, want ook al vinden ze je allemaal leuk, je past er niet tussen. Zelfs de dagelijkse dingen als omgaan met geld kun je niet.

En het was dus niet zo dat Bas niks kon, integendeel, Bas had al onze talenten bij elkaar. Hij was taalvaardig en hij kon hoofdrekenen als de beste, snapte wiskunde zonder uitleg, had twee rechterhanden, een absoluut gehoor en een creatief brein. Hij kon alles. Behalve gymnastiek. Ik heb meer van dat soort kinderen gekend. Extreem begaafd, zeer gevoelig en kwetsbaar.

Ze leven geen van allen meer.

Daar gaat dus iets verschrikkelijk mis.

Kennelijk is er onvoldoende plaats in onze huidige maatschappij voor deze excellente buitenbeentjes. En jeej, wat zou er veel moois hebben kunnen gebeuren als deze kinderen er nog waren.

Ik heb me – in alle grijze haren bezorgende ellende – nooit zorgen gemaakt om Bas’ professionele toekomst. Ook al kwam er van zijn schoolloopbaan vooralsnog niks terecht, hij zou er wel komen. Ergens. Als bouwkundige. Boomchirurg. Zeilinstructeur. En hij zou het anders doen, vanuit een diepe drang tot vernieuwing en verbetering. Met een sterk maatschappelijk bewustzijn en groot gevoel van verantwoordelijkheid en rechtvaardigheid.

Onze maatschappij is slechter af zonder Bas.

En zonder Martine. En Bart. En Malou.

Ooit hoop ik die website te bouwen, waarin ouders kunnen vinden waar ze naartoe moeten met kinderen die zich anders ontwikkelen. En dat ze dan hulpverleners vinden die het niet alleen snappen, maar die ook los van alle 1000 protocollen en jarenlange wachtlijsten een plek kunnen vinden waar zo’n kind meteen en adequaat wordt geholpen.

Hulpverleners die het kind centraal zetten, die de relatie aangaan met dat kind, die de tijd nemen en de tijd dus ook krijgen, om het kind werkelijk te leren kennen, zodat het zorgaanbod wordt afgestemd op het kind in plaats van dat het kind in een niet passend protocol wordt gepropt. Zodat kinderen, die om wat voor reden dan ook in de knel zitten, een andere uitweg zien dan de dood. En dat ze, als ze denken aan de dood, daarover kunnen praten, zonder dat de hulpverlener het wegwuift of er zelf voor wegloopt. Ik bouwde die website, voor mijzelf en vooral ook voor andere nabestaanden. Onder wie kinderen en jongeren. Voor informatie, steun en herkenning.

Maar ook voor scholen. Voor hulpverleners. Buren. Bekenden.

Opdat zij en jullie een beetje weten hoe het is om in mijn, in onze schoenen te staan.

Eigenlijk wilde ik zeggen, tegen al die mensen die dit soort problematiek van tafel vegen onder het mom van ‘het kost nou eenmaal teveel geld en dat geld is er niet’: kom maar eens in mijn schoenen staan.

Maar nee. In mijn schoenen staan is helemaal niet leuk. Dat gun ik niemand. #inmijnschoenen

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Bang
Bang

Het was moeilijk om toe te geven, want het is niet stoer, maar ik ben doodgewoon bang voor alles wat ons boven het hoofd hangt.

Positiviteitsdenken
Positiviteitsdenken

Keuzes maken en verantwoordelijkheid nemen maken je vrij, zegt men. Ik ben het daar niet mee eens.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog
mens boven aan hoge rots
Bang
zeilboot
Positiviteitsdenken
meisje en hond op kleed
Rouwmoe
fiets in de stad
Onderweg
man met luchtballon
De leegte
De groeten van Bas
Bang
Bang

Het was moeilijk om toe te geven, want het is niet stoer, maar ik ben doodgewoon bang voor alles wat ons boven het hoofd hangt.

Positiviteitsdenken
Positiviteitsdenken

Keuzes maken en verantwoordelijkheid nemen maken je vrij, zegt men. Ik ben het daar niet mee eens.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog
mens boven aan hoge rots
Bang
zeilboot
Positiviteitsdenken
meisje en hond op kleed
Rouwmoe
fiets in de stad
Onderweg
man met luchtballon
De leegte
De groeten van Bas