Toen was het stil

Schuld en theater

‘Wat ben je streng voor jezelf,’ zei iemand naar aanleiding van een vorig blog, waarin ik beschreef hoe groot de schuld is die ik tors. Ja, ik ben streng voor mezelf, ik leg mijn functioneren als moeder van Bas onder de loep en zoek naar gebreken, die er dan ook volop zijn.

Ik maakte wel 1000 fouten in de opvoeding van Bas en ik heb wel 1000 keer sorry gezegd, maar dat is nooit genoeg als je kind zichzelf het leven beneemt.

Maar het is niet zo dat ik vind dat ik het dus niet goed mag hebben.

Gisteren was ik samen met Jaap, Marie en Vijf naar de voorstelling van Nasrdin Dchar. Dit op uitnodiging, naar aanleiding van mijn brief aan hem, een paar maanden geleden. Ik schreef toen dat ik niet naar de huidige voorstelling wilde gaan, omdat ik het nu nog niet aankan om opnieuw zozeer te worden geraakt in mijn moederhart.

Deze voorstelling is anders, schreef hij mij terug, deze zou ik echt wel leuk en fijn vinden en hij nodigde ons uit om toch echt te komen kijken.

Natuurlijk, als het zo duidelijk wordt gesteld en als iemand toch zo vriendelijk is om me persoonlijk uit te nodigen, dan gaan we. Geen haar op mijn hoofd die aarzelde. Maar ik vond het wel spannend. Ik moet al huilen als ik twee lammetjes zie spelen en ik ging ervan uit dat Nasrdin nog wel iets meer drama in zijn voorstelling zou meenemen.

En dat deed hij. Wat een acteur, dat vooral. Verhalenverteller, ook nog. En hij kan dansen. Vijf, zelf hiphopdanser, was onder de indruk en vindt dat Nasrdin een nieuwe carrière moet overwegen.

Maar ik was vooral onder de indruk van de inhoud. Liefde die de duivel op het kussen overstijgt. Je dierbaren bezeren omdat je het iedereen naar de zin wilt maken. Druk ervaren vanuit de waarden die je hebt meegekregen en die druk niet kunnen uitspreken, want dat doe je nou eenmaal niet.

Het gaf wat inzicht in een deel van de Marokkaanse cultuur dat ik niet kende. Maar het bood vooral herkenning. Hoe kan het zijn dat we ons schuldig voelen over zaken waar we geen zeggenschap over hebben? Nasrdin sprak over schaamte naar zijn ouders als hij zijn bruid op de mond kuste. Haast niet voor te stellen schaamte, bij culturele verschillen denk ik aan heel andere, veel makkelijker op te lossen zaken.

Maar gaat het in mijn verhaal met Bas niet net zo? Tors ik niet een schuld die niet helemaal of zelfs helemaal niet aan mij toe te schrijven is? Bas was niet alleen maar het product van mijn opvoeding. Hij had ook nog een vader, een school, miskleunende hulpverleners, een beschadigd brein, een heleboel pech en niet in de laatste plaats zichzelf, zijn eigen karakter, mogelijkheden en beperkingen.

Ik was wel opgelucht te merken dat deze voorstelling nu niet over het krijgen van baby’s ging, maar gewoon over de liefde. Want op de een of andere manier doet het onderwerp baby’s zeer.

Dat was al zo op de eerste dag. Na het bericht van het overlijden van Bas reden we naar Utrecht, waar zijn vader hem had gevonden en waar Bas zou worden opgebaard. Ergens in onze straat stond een geboortebord, er was een jongetje geboren. En ik voelde boosheid, weerstand. Nee, niet gebóren, er is er eentje gestorven.

Toen ik Bas daar toen zag, liggend op een matrasje in de serre van het huis van zijn vader en zo zichtbaar dood, jammerde ik: ‘Mijn baby, mijn baby,’ en ik knielde bij hem neer. Ik wilde hem knuffelen, maar raakte hem in plaats daarvan zachtjes aan. Hij was koud, zo koud alsof hij in de ijskast had gelegen, het klopte niet. En ik huilde hardop als een gewond dier.

Dat was de enige keer dat ik hardop heb gehuild met mijn kinderen om me heen. Toen mocht het even, daarna herpakte ik me.

Dat moest ook, want er moest meteen die dag een uitvaart geregeld worden. Bas moest worden gewassen en aangekleed en ik wilde dat graag zelf doen. Ik had hem gebaard, ik wilde hem ook weer netjes wegbrengen. Dus ik waste hem, zachtjes en onwennig, want dit mannenlijf had ik al in geen jaren meer aangeraakt. Zijn lange haar kamde ik voorzichtig uit, als om hem niet te bezeren, en ik deed het in een elastiekje, dat ik een beetje schuin in deed, opdat hij niet met zijn nek op het elastiek zou liggen, want dat ligt zo vervelend.

Ik was opgetogen: ik had hem zelf gewassen! Wat fijn dat ik dit had kunnen doen. Iedereen die ik sprak, nog weken erna, moest dat van me horen. Mensen keken me daarbij een beetje schuin aan: zoveel vreugde over het wassen van je dode kind, hoe kan iemand daar blij mee zijn?

Maar ik ben het nog steeds. Ik heb mijn baby, mijn oudste, het kind dat mij moeder maakte, gewassen. Net zoals we in die week met z’n allen zijn kist schilderden, hem zijn ouwe trouwe koptelefoon opzetten, muziek voor hem uitzochten.

Het was een warme week, vol dierbare momenten. Later noemde ik het per abuis de kraamweek. En die overeenkomsten zijn er. In een kraamweek richt je alles in om het kind een goede start te geven, in de week voor de uitvaart ben je bezig hem weer los te laten op een manier die hem recht doet.

En dus huil ik om baby’s en geboorte. Het loopt allemaal door elkaar, geboorte en dood.

Nasrdin bleek nog wat sympathieker te zijn dan ik anderhalf jaar geleden dacht. Hij omhelsde ons allemaal, leek oprecht blij dat we waren gekomen en was uiterst begaan met ons lot.

Wat ons dan weer verbaasde. ‘Gek hè,’ zei Marie, toen we na afloop naar de auto liepen, ‘dat andere mensen het dan zomaar heel erg vinden wat wij meemaken, terwijl het voor ons zo gewoon is.’

Ja, bijzonder. Bijzonder om gezien te worden door een volstrekt onbekende. Bijzonder om nog maar eens bevestigd te krijgen dat het heel erg is waar we in zitten, want dat vergeten we steeds. En om te beseffen dat we ons kranig weren, goed voor onszelf en elkaar zorgen. Dat we een warm gezin zijn, weliswaar met een flinke krater in het midden.

Die schuld, die gaat zomaar niet weg, die hoort bij me, die beschermt me misschien ook wel tegen te veel pijn voor één dag. Want stel dat ik de schuld zou loslaten, dan laat ik mijn kind pas echt gaan.

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Bang
Bang

Het was moeilijk om toe te geven, want het is niet stoer, maar ik ben doodgewoon bang voor alles wat ons boven het hoofd hangt.

Positiviteitsdenken
Positiviteitsdenken

Keuzes maken en verantwoordelijkheid nemen maken je vrij, zegt men. Ik ben het daar niet mee eens.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog
mens boven aan hoge rots
Bang
zeilboot
Positiviteitsdenken
meisje en hond op kleed
Rouwmoe
fiets in de stad
Onderweg
man met luchtballon
De leegte
De groeten van Bas
Bang
Bang

Het was moeilijk om toe te geven, want het is niet stoer, maar ik ben doodgewoon bang voor alles wat ons boven het hoofd hangt.

Positiviteitsdenken
Positiviteitsdenken

Keuzes maken en verantwoordelijkheid nemen maken je vrij, zegt men. Ik ben het daar niet mee eens.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog
mens boven aan hoge rots
Bang
zeilboot
Positiviteitsdenken
meisje en hond op kleed
Rouwmoe
fiets in de stad
Onderweg
man met luchtballon
De leegte
De groeten van Bas