Toen was het stil

Preventie

Op tv, bij De wereld Draait Door, zag ik Ad Kerkhof pleiten voor continuïteit in de zorg aan suïcidale mensen.

Welke zorg?, dacht ik meteen. Ik herinner me vooral wachtlijsten.

De jonge vrouw die daarna uit haar eigen herinnering putte, ondersteunde mijn ervaring. En ik schrok ervan.

Op de een of andere manier denk je toch dat jouw situatie uniek is. Dat je je kind niet naar dát ziekenhuis wilt hebben, want in dát ziekenhuis gaan zoveel patiënten dood.

Pas als je nog meer van dat soort ervaringen hoort, besef je dat er gewoon veel mensen doodgaan die verder hadden kunnen leven, als ze de zorg hadden ontvangen die ze nodig hadden.

Kerkhof zei dat mensen met suïcidale gedachten denken dat anderen hen niet meer nodig hebben en dat het mede daarom essentieel is om hun omgeving bij die behandeling te betrekken.

Ook dat herken ik. Uiteraard.

Maar niet alleen bij Bas, ook van mezelf. Als ik heel diep zit, of heel veel last heb van mijn hormonen – ik ben 53 tenslotte, of ik verzuip bijna in de rouw, dan kan ik zomaar rijdend in de auto denken ‘ik stuur hem gewoon in de vangrail, iedereen is beter af als ik er niet meer ben’.

Ik corrigeer dat echter meteen, er is een stemmetje dat rechtsboven mijn hoofd zit dat zegt: hee, dat kun je nu wel denken, maar dat komt omdat je heel diep zit/ je last hebt van je hormonen/ je verzuipt in je rouw.

En dan rijd ik gewoon naar huis. Ga daar wat zitten schrijven, knuffel met de hond, ga een end lopen of eet een pak koekjes leeg. Allemaal heel effectief. Daarna weet ik weer dat ik geliefd ben door ten minste drie mensen.

Maar stel je nou voor dat je dat corrigerende stemmetje mist? Dan stuur je je auto in die vangrail, of je doet iets anders onherroepelijks en dan ben je weg.

Die waan of dwanggedachte, die duurt maar even. Het is zaak om op dat moment in te grijpen. Maar dan moet je dus wel in contact staan met degene die de gedachte heeft. Dan moet er sprake zijn van enige begeleiding en dan moet degene die begeleid wordt op de een of andere manier gaan voelen dat hij of zij ertoe doet.

Want dat is dus kennelijk waar het om gaat, dat je ertoe doet voor andere mensen. En dat het volstrekt logisch is dat je dat niet altijd voelt.

Ik was overstuur na die uitzending. Niet alleen bovenstaande gedachten borrelden door mijn hoofd, ook werd ik meteen terug geslingerd naar toen.

Toen Bas had uitgesproken niet meer te willen leven. Hij was 16 en ik vlóóg bijna met hem naar de huisarts. Die nam de tijd om te onderzoeken wat er aan de hand was.

Hij vroeg aan Bas: ‘Als jij nou vanavond gaat slapen, kan je moeder er dan vanuit gaan dat je er morgen nog bent?’

‘Nee,’ luidde het antwoord. Duidelijk.

Huisarts vroeg aan mij: ‘Kun jij het aan om vannacht en de nachten erna op te letten of Bas zichzelf iets aandoet?’

Koortsachtig dacht ik na. Bas’ kamer naast die van mij en dan van beide kamers de deur open laten staan, de voordeur op slot en de achterdeur ook en dan alle sleutels verstoppen, en z’n raam, wat doen we met z’n raam, en kan ik alle messen opbergen en… Ik denk dat het hooguit een minuut duurde voordat ik besefte dat ik 1) Bas niet tegen zichzelf kon beschermen en 2) binnen twee dagen volledig uitgeput zou zijn van het waken. Ik zou geen oog dichtdoen, en met mijn oor op een steeltje liggen reageren op willekeurig welk geluidje.

‘Dan stel ik opname voor,’ zei de huisarts. Het psychiatrisch ziekenhuis in een belendend dorp zou het worden.

‘Nee, niet dat ziekenhuis!’, riep ik. Want daar gaan kinderen dood, dacht ik er achteraan, maar dat zei ik niet, met Bas naast me.

‘Tja, het is niet anders,’ zei de huisarts. ‘Dit ziekenhuis heeft een regiofunctie, je kunt hem niet ergens anders onderbrengen.’

Dus ik bracht Bas weg. Diezelfde ochtend nog. Als een lam naar de slachtbank, en zo voelt het nog steeds.

Want daar in dat ziekenhuis ging de deur op slot. Daar waren nog meer jongeren, die ook niet meer wilden leven. En die zich stierlijk verveelden de hele dag. Want ze waren daar voor crisis, en als er crisis is, dan wordt er niet behandeld, voor behandeling golden wachtlijsten van minimaal een jaar.

Eerst gingen alle deuren dicht, daarna kreeg Bas steeds meer vrijheden. En dan ging hij weglopen, hij ging blowen en hij ging zich snijden, want dat deed ook iedereen daar.

Hij kreeg antidepressiva voorgeschreven, van een wat oudere arts in opleiding, die geen idee meer leek te hebben van hoe het moet zijn om 16 te zijn.

Ik zei voorzichtig dat antidepressiva tot dan toe een paradoxaal effect hadden op Bas, net zoals eigenlijk alle psychofarmaca die hij tot dan toe had gehad.

Ja, maar dat deed er niet toe, we gingen het gewoon proberen, we moesten wat tenslotte, vond de arts. Die in het hele traject niet één keer opkeek van zijn papieren, hij zou Bas op straat nog niet hebben herkend, ook al ‘zag’ hij hem wekelijks.

Dus Bas kreeg antidepressiva, slikte die trouw en werd vervolgens onrustig, geagiteerd, agressief, destructief. En hij werd naar huis gestuurd.

Dit proces herhaalde zich drie keer. Alle drie keren heb ik eerst vragend, toen smekend en tot slot stampvoetend geïnformeerd hoe men dit voor zich zag: een kind dat de weg kwijt is, dat schreeuwt om aandacht, dat zich suïcidaal uit, wat moest ik ermee?

Hij werd gewoon naar huis gestuurd. Moest na een week even naar de huisarts om de nieten uit zijn armen te laten verwijderen. Moest even een receptje ophalen voor nog meer antidepressiva. En dat was het.

Ik heb gehuild toen ik die jonge vrouw hoorde vertellen over haar suïcidepogingen en over wachtlijsten en gebrek aan behandeling, in het besef dat er niks is veranderd. In het besef dat Bas misschien wel gered had kunnen worden als er toen gewoon iemand naar hem had geluisterd. Als hij had mogen praten over wat zijn doodswens nou eigenlijk inhield. Als hij had kunnen voelen hoe belangrijk hij voor ons was.

Hoe is het mogelijk dat je met een kind leurt omdat het zich suïcidaal uit en dat juist die doodswens juist binnen de hulpverlening dan onbespreekbaar blijkt te zijn? Dat je dus zoekt en zoekt, maar echt nergens terecht kunt, omdat juist het feit dat die doodswens speelt maakt dat de hulpverleners niet weet wat ze met hem aan moeten.

Voor mijn kind is het al vele jaren te laat, maar het gegeven dat hij gered had kunnen worden door betere zorg is moeilijk te verteren.

Laat ik dan maar mee de barricaden op gaan ten behoeve van al die andere kinderen en volwassenen, die denken dat ze er niet toe doen en die ‘alleen maar even hoeven voelen’ dat ze belangrijk zijn.

Het is echt hoog tijd voor adequate hulpverlening.

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Onderweg
Onderweg

Zo’n bezoekje aan die ene stad doet mijmeren over wat was en wat had kunnen zijn. Spijt heb ik, ook al besef ik dat ik het weinig anders had kunnen doen dan ik deed.

De leegte
De leegte

Opeens slaat de leegte toe. Omdat het nou eenmaal januari is en donker, en niet koud maar ook niet warm. Omdat het nou eenmaal zo is dat je soms even moet stoppen en contempleren.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog
fiets in de stad
Onderweg
man met luchtballon
De leegte
De groeten van Bas
Wereldlichtjesdag
De boom
Overgevoelig
Onderweg
Onderweg

Zo’n bezoekje aan die ene stad doet mijmeren over wat was en wat had kunnen zijn. Spijt heb ik, ook al besef ik dat ik het weinig anders had kunnen doen dan ik deed.

De leegte
De leegte

Opeens slaat de leegte toe. Omdat het nou eenmaal januari is en donker, en niet koud maar ook niet warm. Omdat het nou eenmaal zo is dat je soms even moet stoppen en contempleren.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog
fiets in de stad
Onderweg
man met luchtballon
De leegte
De groeten van Bas
Wereldlichtjesdag
De boom
Overgevoelig