Toen was het stil

Onze doden

Een zonnige middag in de auto en ik hoor de stem van Evelien. En moet glimlachen.
Ik ben alleen, het is dus niet dat er iemand tegen me praat, en ik ben ook al niet aan het hallucineren. Het is gewoon een herinnering, aan mijn nicht die zes weken voor Bas overleed. 
Evelien, mijn held toen ik klein was, mooi als een fotomodel, met lange benen, prachtige jukbeenderen, grote blauwe ogen. Haar houding majestueus, als ze een ruimte binnenliep, keken mensen op. Het kan niet anders of we delen DNA, als volle nichten, maar je moet hard zoeken naar overeenkomsten tussen ons. 
Haar stem dus, die was ook al bijzonder. En ik moet glimlachen omdat ik me die dus zo ontzettend goed voor me kan halen. Gelukkig. Want met herinneringen zoals deze houd je je dierbaren nog een beetje bij je.

Eerder deze week was ik overstuur, toen ik ontdekte dat het mobiele nummer van mijn moeder er niet meer is. Ooit, jaren geleden, had Bas haar voicemail ingesproken. En ik herinner me de eerste keer na Bas’ dood dat ik mijn moeder wilde bellen en opeens Bas aan de telefoon kreeg. Een stomp tussen mijn ogen. Een moment waarop je hart bijna stilstaat van schrik.
Ik wilde die voicemailboodschap graag bewaren, maar zag er tegelijk als een huis tegenop om dat bandje te moeten afluisteren, dus ik stelde het uit. Totdat ik op het idee kwam het gewoon aan iemand anders te vragen. En toen was het dus te laat. 

Op het moment dat ik in de auto zat, lag Vijf op een operatietafel. Vijf uur lang werd er in zijn hoofd gewroet, in een hernieuwde poging zijn middenoor te reconstrueren. Een jaar geleden onderging hij dezelfde ingreep, maar zonder succes. Vooral erg veel pijn had hij toen, het was zo zwaar geweest. In het ziekenhuis was het zwaar, maar thuis vooral, omdat hij niet wist waar hij het zoeken moest van de pijn. Na een paar dagen – of was het weken, ik ben alle besef van die tijd kwijt – zijn we toen zelfs een keer naar de HAP gereden, want het was weekend en hij was zo ziek. 

Nu ging ik dus met lood in mijn schoenen naar het ziekenhuis, bang voor wat ik zou aantreffen. Maar ook angstig voor wat er allemaal mis kon gaan, een angst die ik voorheen niet had, maar sinds Bas dus wel. 
Gelukkig kwam Marie ook, die pikte ik onderweg op. We waren veel te vroeg bij het ziekenhuis en ik besloot de auto dan maar ergens gratis te gaan parkeren. Daardoor stonden we opeens naast een soort bos. En we besloten dwars door dat bos te gaan lopen, op zoek naar het ziekenhuis. Dat was leuk. En het lukte prima, met dank aan ons beider uitstekende richtingsgevoel.
Mijn heftige gevoelens van angst maakten opeens plaats voor plezier en avontuur. Al was de onrust er natuurlijk heus ook.

In het ziekenhuis wachtte Becky, Vijfs vriendin en sinds een paar maanden ook zijn huisgenoot. Ze vertelde ons dat de operatie was geslaagd en dat Vijf die avond weer mee naar huis zou komen.
Mijn mond viel open. Ik zag hem voor me, zoals hij er een jaar geleden bij had gelegen. Ik zag de steile trappen voor me van de studentenflat van Becky en Vijf. En ik bedacht hoe iemand zich moet voelen na vijf uur onder narcose te zijn geweest. Wat als hij halverwege de trap zou flauwvallen?
En ik ging in verzet.
De wat oudere verpleegkundige, met de naam Tina Tering (zo zal ze niet werkelijk heten, maar dit had Becky zo verstaan), maakte al een paar keer een opmerking in de zin van ‘mens, doe niet zo moeilijk’. En nu zei ze: ‘Nou ja, hij is geopereerd aan zijn hoofd hè, niet aan zijn benen.’ Waarmee ze me volledig de mond snoerde.
Lang verhaal superkort: Vijf ging eind van de middag naar huis en liep daar zelf de steile trappen op, terwijl Becky en Marie hem in de gaten hielden.
Ik had me helemaal voor niets zo zitten opwinden.*

Maar ja. Het is logisch. Al ‘mijn’ doden zijn momenteel dichtbij. Het is niet voor niets dat ik Evelien zo levendig voor me kan halen. Ik bedenk me dat mijn moeder heel erg moet hebben geleden onder het verlies van wat zij ooit als haar oudste dochter voelde. 
En opeens huil ik zomaar om het stille verdriet van mijn moeder. En omdat ik mijn moeder mis. En omdat ik Bas zo mis. Nog maar anderhalve week en dan is het alweer zijn vijfde sterfdag. 

Ik bedenk me dat het zwaarder lijkt te worden, ieder jaar weer ietsje zwaarder, en ik vraag me af hoe dat kan. Dat ik er zo helemaal doorheen zit nu.
En ik geef zelf het antwoord. In die eerste jaren gaf ik me over aan het verdriet. Zeker het eerste jaar functioneerde ik gewoon niet, ik verkeerde in een waas die me een zekere balans bood tussen pijn en bescherming tegen pijn.
Nu functioneer ik best prima. En dus verzet ik me tegen wéér een maand, of zelfs langer dan een maand, van tranen om het minste geringste. Niet dat ik vind dat ik niet mag huilen hoor, ik vind dat ik echt alle reden tot huilen heb, of het nou om mijn moeder of om Bas gaat, of om mijn zorgen om Vijf. 
Maar ik heb er geen zin in. Laat me gaan, ik moet dingen doen.

Ik had een lieve knuffel gekocht voor Vijf, als troost voor erge pijn. Marie kocht hem een geweldige echte Marie-ballon. Waarop Vijf dus inderdaad zei: ‘haha dat is echt iets voor Marie’. We gingen op expeditie in dat bos. We fotografeerden de indrukwekkende architectuur van dat ziekenhuis. 
Maar bovenal: Vijf ging rustig de OK in, ondanks zijn nog zo recente ervaringen. En hij kwam er ook weer rustig uit, vastbesloten om hier deze keer voor eens en voor altijd van te herstellen. 
Het mag dan zwaar zijn, deze periode en alles wat we meemaken. Maar wat een veerkracht. 

 

* neemt niet weg dat ik het van de zotte vind dat iemand die vijf uur onder het mes is geweest een paar uur later weer naar huis moet, ook al woont hij ergens waar geen auto’s kunnen komen, en bovenaan een paar steile trappen.

2 Reacties

  1. Ingrid

    Nou zit ik dus ook weer te huilen…. maar wat schrijf je dit weer mooi en zo herkenbaar 😘

    Antwoord
    • Patti

      Die lieve Evelien, wat zullen jullie haar missen. X

      Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Het verhaal van Fiene
Het verhaal van Fiene

Fiene verloor zelf haar man en wil nu graag iets voor een andere nabestaande van zelfdoding betekenen. Hiertoe doet ze deze oproep.

Lichtheid
Lichtheid

Deze week is de week tegen de eenzaamheid. Weet dat nabestaande zijn van zelfdoding ongeveer het eenzaamste is wat je kan overkomen. Omdat er maar weinig mensen zijn die weten wat je echt doormaakt.
Probeer er te zijn voor die ander, gewoon door te laten weten dat je aan diegene denkt.
En mocht je graag (nog) een bijeenkomst willen bijwonen zoals die ik hierboven beschreef, stuur me dan even een berichtje, dan zorg ik dat je op de mailinglijst komt.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog
Het verhaal van Fiene
Het verhaal van Fiene

Fiene verloor zelf haar man en wil nu graag iets voor een andere nabestaande van zelfdoding betekenen. Hiertoe doet ze deze oproep.

Lichtheid
Lichtheid

Deze week is de week tegen de eenzaamheid. Weet dat nabestaande zijn van zelfdoding ongeveer het eenzaamste is wat je kan overkomen. Omdat er maar weinig mensen zijn die weten wat je echt doormaakt.
Probeer er te zijn voor die ander, gewoon door te laten weten dat je aan diegene denkt.
En mocht je graag (nog) een bijeenkomst willen bijwonen zoals die ik hierboven beschreef, stuur me dan even een berichtje, dan zorg ik dat je op de mailinglijst komt.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog