Toen was het stil

Nazorg

Ik vond het best extreem, dat ik op de morgen van Bas’ overlijden werd gebeld door een rechercheur, met opmerking: ‘Ik heb een nare mededeling voor u. Uw zoon is overleden.’

Gelukkig wist ik het toen al anderhalf uur en waarschijnlijk wist de politie ook dat ik het wist.

Maar toch. Stel je voor dat mijn ex in zijn verwarde toestand wel was vergeten mij te bellen? Stel je voor dat ik dat telefoontje krijg terwijl ik alleen thuis ben en geen idee heb hoe ik overeind moet blijven? Stel je voor dat ik in de auto was gesprongen om 80 kilometer verderop bij mijn dode kind te kunnen zijn?

Dat laatste, daar werd wel rekening mee gehouden. ‘Gaat u niet rijden?’, vroeg de rechercheur indringend, voordat ze ophing. ‘Nee, ik wacht tot mijn vriend er is,’ antwoordde ik. En dat was het. Ze wenste me sterkte en ik zei bedankt.

De huisarts kwam nog langs, die wel, maar die vond ons niet thuis omdat we toen inderdaad wel in de auto zaten richting Bas. Een dag later spraken we elkaar alsnog en dat was fijn, want ik kon vertellen aan iemand die de problematiek kende hoe erg het was dat hij nu zomaar dood was. Ik was volledig doortrokken van de schok.

Vorige week las ik in reactie op mijn blog nog veel ergere verhalen. Een moeder die te horen kreeg dat ze de brokstukken van haar kind – dat voor de trein was gesprongen – bij elkaar hadden moeten rapen.

Bovenop het trauma van het verliezen van haar kind kwam dit er nog eens bij. Dat ze die brokstukken maar bleef zien.

Zo’n rechercheur heeft wellicht last van beroepsdeformatie, die heeft geen idee hoe beeldend zijn tekst is, wel zo beeldend dat de moeder er ‘s nachts nog steeds van wakker schrikt.

En dan een andere reactie, van ook weer een moeder. Die de schouwarts sprak, die haar kind net had onderzocht.

‘Wat moeten we nu doen?’, vroegen vader en moeder, in hun ontreddering. Wie maakt het tenslotte mee dat zijn of haar kind thuis dood wordt gevonden, wie bereidt je hier ooit op voor?

‘Nou, de begrafenisondernemer bellen hè,’ had de arts geantwoord, ‘zo moeilijk is het niet.’

Ja, zo moeilijk is het dus wel. Wel zo moeilijk dat die ene lompe opmerking de rest van je leven in je geheugen gegrift blijft.

Zijn wij overgevoelige ouders? Ongetwijfeld. Er is misschien wel niets wat zo overgevoelig maakt als het verlies van je kind. Verwachten dat je dit soort lompheid dan maar moet incasseren is dan ook een beetje veel gevraagd.

Als je kind, of andere naaste, overlijdt door een (verkeers-)ongeluk of een misdrijf, krijg je slachtofferhulp. Als je kind overlijdt door eigen hand, zoek je het maar uit. Er is niets, niemand, alleen de groep mensen die je al om je heen had. En zelfs die dunt uit.

Dit terwijl rouw na zelfdoding te boek staat als de meest ingewikkelde rouw die er is. ‘Gewone’ rouw, dus verdriet, boosheid, verwardheid, concentratieproblemen, noem maar op, wordt aangevuld met gevoelens van schrik, schuld en zelfs schaamte. Genoeg om van die gewone rouw complexe rouw te maken. Genoeg argumenten om nabestaanden van zelfdoding een extra steuntje in de rug te geven.

In plaats daarvan is er dus niets. Heb je hulp nodig van een psycholoog, omdat je verstrikt raakt in de complexiteit van je gevoelens, dan moet de psycholoog je probleem anders benoemen. Je hebt geen last van rouw, nee je hebt last van een depressie, of van een posttraumatische stressstoornis. Want rouw is geen ziekte en wordt derhalve niet vergoed door de zorgverzekeraar.

Er is niets geregeld om jou te helpen die eerste klap en alle klappen erna op te vangen.

In de ons omringende landen is dat anders. In Duitsland bijvoorbeeld komt er iemand met de politie mee, die zich volledig richt op het welzijn van de nabestaanden en die samen met hen de eerste stappen zet.

Want of je nou wilt of niet, ook in zo’n acute situatie moet je inderdaad meteen een uitvaart gaan regelen. Fijn als iemand daarbij het denken een beetje van je overneemt. Als iemand je wijst op zaken waar je zelf niet zo gauw opkomt. Zoals dat je bijvoorbeeld voor de eerste nachten iets van slaapmedicatie vraagt.

Maar vooral, dat je voelt dat je wordt opgevangen. Dat je voelt dat iemand het heel erg voor je vindt.

Want ik denk dat dat ook is wat meespeelt in de situaties die ik hierboven beschrijf. Ik had al een telefoontje gehad, natuurlijk hoeft hier geen politie aan de deur te staan. Maar het idee dat er, behalve privé natuurlijk, helemaal niemand was die zich om mij als moeder van het slachtoffer bekommerde, stak toch. Zo’n rechercheur die een moeder vertelt over de brokstukken van haar kind moet een ander vak gaan kiezen. Zo ook een schouwarts, die durft te zeggen dat die mensen maar eens even helder moeten gaan nadenken.

In alle drie de gevallen echter, had de grootste pijn van het moment ondervangen kunnen worden door een professional die deze contacten namens de nabestaanden had gevoerd. In het ergste geval hadden de rechercheur en de arts lik op stuk gekregen van iemand die niet net te horen heeft gekregen dat de planeet is opgehouden met draaien.

Goede nazorg – postventie wordt het ook genoemd – heeft nog een effect: het verkleint de kans op herhaling. Suïcide is ‘besmettelijk’, als er vroeger in het psychiatrisch ziekenhuis waar ik werkte iemand voor de trein was gesprongen, gingen overal de deuren op slot. Ook mijn Bas werd beide keren in zijn leven dat hij suïcidaal was, getriggerd door suïcides in zijn naaste omgeving.

Zorg je voor de nabestaanden, dan ben je ook bezig met preventie.

Ik pleit dus voor hulpverlening, direct bij het eerste bezoek van de politie. Ja en dan moet die politie dus inderdaad óók naar moeders die al een telefoontje hebben ontvangen.

Een hulpverlener die naast de nabestaande gaat staan, deze bij de hand neemt, wat warmte biedt en die aan het regelen gaat. Zodat je als nabestaande achterover kunt leunen in de mist die jou na zo’n bericht weken of misschien wel maandenlang omringt.

Het kan beter, na het lezen van de verhalen van mijn lotgenoten weet ik dat het beter moet. Er zijn te veel nabestaanden van suïcide, om te denken: laat maar, die redden zich wel.

En ik ben ervan overtuigd, en het is misschien de moeite waard om dat eens te onderzoeken, dat mensen die in die eerste momenten goed zijn ondersteund, uiteindelijk veel eerder weer op de been zijn. Hun hoofd uit de mist, hun gewonde hart mee torsend voor de rest van hun leven.

Foto: Cécile on Reshot

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Doelloos
Doelloos

De afzondering zorgt voor ruimte, stilte en bezinning, maar ook voor een gevoel van leegte.

Bang
Bang

Het was moeilijk om toe te geven, want het is niet stoer, maar ik ben doodgewoon bang voor alles wat ons boven het hoofd hangt.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog
Doelloos
mens boven aan hoge rots
Bang
zeilboot
Positiviteitsdenken
meisje en hond op kleed
Rouwmoe
fiets in de stad
Onderweg
man met luchtballon
De leegte
Doelloos
Doelloos

De afzondering zorgt voor ruimte, stilte en bezinning, maar ook voor een gevoel van leegte.

Bang
Bang

Het was moeilijk om toe te geven, want het is niet stoer, maar ik ben doodgewoon bang voor alles wat ons boven het hoofd hangt.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog
Doelloos
mens boven aan hoge rots
Bang
zeilboot
Positiviteitsdenken
meisje en hond op kleed
Rouwmoe
fiets in de stad
Onderweg
man met luchtballon
De leegte