Toen was het stil

Lange tenen

Het gebeurt me geregeld dat mensen aangeven bang zijn me te kwetsen. Ze maken een opmerking over de dood en zijn vervolgens bang dat ik daar aanstoot aan neem.

‘Nee,’ zeg ik dan verbaasd, ‘waarom zou ik?’

Toch is het geen gekke gedachte, want ik raak snel gekwetst. Mijn zenuwen liggen bloot en worden maar al te gemakkelijk vertrappeld. Niet door opmerkingen over de dood, in dat opzicht kan ik wel wat hebben, maar relationele dingen kachelen me heel gemakkelijk onderuit.

Ik heb dus zo nu en dan een aanvaring, zoals dit voorbeeld. Mijn moeder lag in het ziekenhuis. Een opname van vijf tot zeven dagen zou het zijn. Een best pittige operatie, dame op leeftijd, alleenwonend, geen netwerk.

Dus toen ze telefonisch meldde dat ze op dag drie al naar huis mocht, schrok ik me rot.

‘Ik moet plaatsmaken voor de patiënten uit Lelystad,’ zei ze kleintjes. Want ja, het ziekenhuis daar is failliet en we kwamen inderdaad – verder tot onze vreugde, want erg gezellig – allemaal mensen uit Lelystad tegen.

Ik belde de verpleging. Broeder Gerard (zo heet-ie niet, maar zo zal ik ‘m maar even noemen) nam op.

‘Ja, we zien dat uw moeder goed vooruit gaat, dus ze kan naar huis.’

‘Maar, maar, maar. Er staat minimaal vijf dagen voor, ze woont alleen, ze is oud…,’ ik spuugde bijna van verontwaardiging.

‘Ze doet het prima hoor, niks aan de hand,’ hij had kennelijk besloten gewoon de regels te blijven communiceren.

‘Er is hier geen netwerk, ik ben onlangs een kind verloren en ik kan dit niet opvangen.’ Ik haat het om het verlies van mijn kind te moeten noemen, maar het bepaalt wel degelijk mijn gebrek aan draagkracht.

‘Ze loopt goed, poept goed en plast goed, ik zie geen enkele reden om haar hier te houden.’ Alsof hij het over een peuter op het kinderdagverblijf had, in plaats van over de dame die mijn moeder nog steeds is.

Ik was zo boos. Vond, zoals mensen die schreeuwen dat vaker vinden, dat ik helemaal niet schreeuwde, maar dat deed ik ongetwijfeld wel.

Broeder Gerard antwoordde namelijk met: ‘Ik ga mij niet laten afblaffen, u mag mij over een half uur terugbellen.’

Briesend hing ik op.

Mijn moeder bleef nog een week in het ziekenhuis, want ze bleek complicaties te hebben.

Ik had natuurlijk veel minder heftig kunnen reageren. Maar als broeder Gerard ook maar één keer had gezegd: ‘Ik begrijp uw ongerustheid hoor, maar u kunt erop vertrouwen dat we uw moeder niet zomaar op straat zetten’, of iets in die trant, dan had ik me gehoord gevoeld. Of als hij had gereageerd op mijn mededeling dat mijn kind is overleden. Misschien niet eens verbaal, maar dat hem gewoon een lichtje opging: ah, daarom is die mevrouw zo overstuur.

Toen ik kinderen kreeg, werd mijn eigen jeugd opeens belangrijk. Niet dat m’n kinderen goed moesten maken wat ik allemaal zelf had gemist, maar ik wilde ze wel zoveel mogelijk meegeven. Een huis waarin dingen kapot mogen, broertjes en zusjes en vriendjes over de vloer, licht en kleuren en bloemen en zachte kussens, huisdieren. Een fijn kinderboek, waarin de vader van mijn kinderen en ik als een mezenpaar af en aan vlogen om alles te realiseren.

Toen we gingen scheiden, alweer een heleboel jaar geleden, viel het boek uit elkaar. Het bleek eigenlijk al best gammel te zijn, maar dat had ik niet opgemerkt, omdat ik domweg niet beter wist. En zo beging ik wel meer vergissingen, gebaseerd op wat ik dacht dat goed was.

Sinds Bas’ overlijden is dat allemaal opeens weer actueel. Koortsachtig denk ik na, nu al bijna 17 maanden, over wat er allemaal verkeerd is gegaan. En had ik dat anders kunnen doen en zo ja, wat zou er dan zijn gebeurd?

Doodmoe word ik ervan. En ja, als iemand dan onaardig doet, valt dat op een zeer onstabiele ondergrond, ik voel me namelijk al zo ellendig.

Ik zou dus graag willen dat iedereen aardig doet. Dan doe ik dat ook.

Maar dan moet ik die mensen wel laten weten dat ik een kind verloor. Hoe doe je dat?

Vroeger liepen mensen met een rouwband om, dan was het in één oogopslag duidelijk dat je met die persoon een beetje rekening moest houden. Vroeger gingen er natuurlijk sowieso meer mensen zomaar dood, meer kinderen vooral. Sinds de uitvinding van penicilline en het vaccineren van het grootste deel van de bevolking is kindersterfte iets uitzonderlijks geworden, gelukkig. Maar ooit was het heel normaal om je kind te verliezen. Voor het vijfde levensjaar aan een infectie en anders wel vlak na de puberteit in een oorlog.

Misschien is het wel daarom dat er wel termen bestaan voor mensen die hun partner hebben verloren en ook voor kinderen die geen ouders hebben, maar dat er geen term is voor een moeder die haar kind verloor.

Dat is jammer. ‘Ik verloor een kind,’ zeg ik nu. Je ziet mensen terugschrikken als je dat plompverloren meldt, maar ik zie geen kans om het omzichtiger in te kleden.

Het zou wel fijn zijn als mijn status een naam heeft. Dat ik mezelf bijvoorbeeld weemoeder kan noemen. Geen weduwe of wees, maar weemoeder, een moeder die haar kind verloor.

Nou ja en dan moet je het nog steeds zelf melden. En dan nog kun je zomaar aanvaringen hebben. Of verpleegkundigen treffen die er geen boodschap aan hebben.

Het is aan mij om daarmee om te gaan. Zonder meteen van me af te meppen.

Ik trek me dus een beetje terug uit contacten, niet alleen dus omdat die contacten me niet bevallen, maar ook omdat ik mijn eigen reacties vrees. Als ik dingen lees op social media die ik dom vind – en social media bulken nou eenmaal van de domme dingen – dan moet ik werkelijk op mijn handen gaan zitten om de schrijvers niet met hun uitspraken om de oren te slaan. Niet doen. Wacht maar weer totdat ik mijn eigen, wat mildere zelf weer ben. En totdat ik reactie kan incasseren.

Vandaag wilde ik een boek kopen en ik liep in de boekhandel naar de toonbank, vragende: ‘Is dit wat?’ Ik had wel iets over het boek in kwestie gehoord, maar ik wist niet precies of het wat voor mij was.

De mevrouw achter de balie zei: ‘Ik heb het zelf niet gelezen, maar ik hoor van anderen dat het makkelijk te lezen is hoor.’

Ik zei: O nou, dan hoef ik het niet,’ en legde het boek terug. Want, zie ik er soms uit alsof ik niet kan lezen? Uit mijn ooghoeken zag ik de mevrouw verbouwereerd toekijken en toen beende ik de winkel uit.

Ik houd me voorlopig nog maar even een beetje gedeisd.

Foto: Meagan Ray on Reshot

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Resilience
Resilience

Waar haal je als nabestaande de veerkracht vandaan om door te gaan.

Homoseksualiteit in Nuns
Homoseksualiteit in Nuns

Dat het suicidecijfer in de Noord-Veluwe zo hoog is, lijkt verband te houden met de gebrekkige acceptatie van homoseksualiteit. Laten we dit alsjeblieft snel veranderen.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog
Resilience
Resilience

Waar haal je als nabestaande de veerkracht vandaan om door te gaan.

Homoseksualiteit in Nuns
Homoseksualiteit in Nuns

Dat het suicidecijfer in de Noord-Veluwe zo hoog is, lijkt verband te houden met de gebrekkige acceptatie van homoseksualiteit. Laten we dit alsjeblieft snel veranderen.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog