Toen was het stil

‘Je bent veranderd’

‘Wauw, je bent echt wel een stuk beter dan een jaar geleden.’ Er zit een kennis op de bank, een heel aardige. Hij at vanavond mee met Vijf en mij en dat was gezellig.

Kennis en ik zien elkaar hooguit twee keer per jaar en dat is goed. De omgang is warm en betrokken, ik heb meer van zulke mensen om me heen. Als je ze nodig hebt, staan ze voor je klaar, ze sturen je eens een kaartje, denken aan je op moeilijke dagen. En dat was het wel zo’n beetje.

Ik voel me gezegend met zulke mensen, de warme gevoelens vliegen over en weer. Ik zou graag eens wat terug doen, maar dat wordt niet perse van me verlangd, niet nu.

Deze kennis en ik hadden elkaar dus al een jaar niet gezien. En ik ben anders dan toen.

Grappig. Voor mijn gevoel ben ik al bijna twee jaar – want zo lang is het geleden dat Bas stierf – gewoon dezelfde. Ben ik eigenlijk ook gewoon dezelfde persoon als daarvoor.

Dat zeg ik dan ook.

‘Welnee,’ antwoordt kennis, ‘een jaar geleden was je echt nog een zombie. Ik maakte me zorgen om je, vroeg me af of je ooit nog zou kunnen lachen.’

Jeetje. Er klopt iets niet met mijn zelfbeeld.

Want wat hij zegt, zeiden kort geleden meer mensen. De gezinshulp, bij ons laatste gesprek: ‘Ja die eerste maanden was je vlak en kwam er niet veel uit.’

Oh, oké.

Het stomme is: ik voel me helemaal niet een stuk beter, integendeel. Dat eerste jaar was ik misschien wel een beetje afwezig, maar dat mocht ook gewoon. Wazigheid, vermoeidheid, verdriet, het hoort er allemaal bij en er was een ruime kring aan vrienden en bekenden om me op te vangen.

Nu alles weer wat beter gaat – ik kan bijvoorbeeld de krant lezen, dat kon ik een jaar geleden echt niet, doordat ik me niet goed kon concentreren, maar vooral doordat ik de confrontatie met de grote boze wereld ontweek – loop ik pas echt tegen beperkingen aan. Of word ik zomaar overvallen door pijn.

Afgelopen zaterdag reden we naar Rotterdam, vriend en ik. We kwamen langs Utrecht, bij mij vandaan naar Rotterdam rijden zonder Utrecht te passeren is redelijk ingewikkeld.

Ik zat op de bijrijdersstoel en keek naar buiten.

Want daar, in de stad, daar ontstond ooit mijn gezin. Verkering, trouwen, eerste huis, eerste kind, tweede kind. En toen gingen we weg.

Daar waren mijn dromen, daar begon mijn toekomst samen, daar werd ik moeder.

En daar ligt Bas begraven.

We reden langs Utrecht, gewoon over die lelijke A12, langs lelijke bekende gebouwen, ik keek naar rechts naar die lelijke blauwe Ikea en de tranen rolden over mijn wangen.

Het was zo mooi. Zo hoopvol. Zo lief. Zo trots.

Steeds als ik lees of hoor van moeders die trots zijn op hun kinderen, die allemaal zo fijn hun plek hebben gevonden, voelt het alsof er een mes door mijn binnenste gaat. Terwijl, ik heb er ook nog twee die het hartstikke goed doen en op wie ik vreselijk trots ben.

Maar het mes graaft en peutert en draait nog eens extra rond.

Vriend Jaap bemerkt mijn tranen en legt een hand op die van mij. ‘Wist je dat je hart werkelijk pijn kan doen?’, fluister ik. Hij schudt van nee, dat weet hij niet. Ik wel. Mijn hart doet pijn, echt pijn.

Dus hoe normaler ik me voel, hoe meer die pijn me overvalt. Hoe meer stappen ik zet in het normale leven, hoe harder ik val.

‘Terug!’, blèrt mijn lijf, ‘terug in je hok, je bent er nog niet!’

Dus ik ben thuis, met mijn hondje. Ik kook eten, wandel met het hondje, klus in de bodemloze-klus-badkamer, houd het een beetje schoon hier. En dan is mijn energie weer op.

Heel veel alleen ben ik en dat is fijn. Tegelijk zie ik met schrik in mijn agenda dat ik een hele week geen afspraken heb, niet één, met niemand. En dat vliegt me dan weer aan.

Ik wil niet alleen zijn, de dagen duren eindeloos. Ben niet gemaakt om mijn tijd uit te zitten, om niets te doen. Mijn ongedurigheid geeft aan dat er wat gebeuren moet.

Maar dan kondigt zich gisteren de kennis aan, hij komt mee-eten, ik had hem daarvoor uitgenodigd.

Help, denk ik, er komt iemand over de vloer, ik moet een paar uur praten, kan ik dat wel? En o jee, nu moet ik fatsoenlijk koken ook. Alsof ik ooit niet fatsoenlijk kook.

Dus kennis komt en ach, hij heeft helemaal geen bijzondere wensen en hij vindt het eten lekker en de koffie achteraf ook en vier uur lang praten en luisteren blijk ik nog best te kunnen.

Maar vandaag ben ik alleen en rust ik uit.

Ik kan mijn eenzaamheid een beetje voeden met dit gezelschap van aardige kennissen, maar tegelijk is mijn eenzaamheid bodemloos. Zeg maar net zoals mijn badkamer.

Maar als ik nog een paar weken door pruts, dan is mijn badkamer toonbaar en bruikbaar en zelfs mooi, ik vrees dat de weg van mijn eenzaamheid langer is. Misschien duurt die wel eeuwig.

Al in de eerste weken na de dood van Bas merkte ik dat zelfs de mensen die hem naast mij het meeste missen, dat allemaal ieder op hun eigen manier en in hun eigen tempo doen. Rouwen is per definitie eenzaam, concludeerde ik toen.

Maar het kan dus nog eenzamer. Als je merkt dat het leven doorgaat en jijzelf beent het niet voldoende bij. Als je constateert dat je het nodig hebt om alleen te zijn, omdat je anders niet oplaadt, maar dat je tegelijk zo vreselijk graag contact houdt met de buitenwereld. Als je ervaart dat de buitenwereld dat contact niet langer met jou legt, maar dat je zelf initiatieven moet gaan ontplooien om niet helemaal te verzuipen in de grote leegte van je niet eens zo grote huiskamer.

Mijn vriendschappen zijn geherdefinieerd, ook qua kennissen weet ik inmiddels wel op welke mensen ik kan rekenen en welke mensen er zijn verdwenen. Relaties met mijn dierbaren zijn hechter dan ooit. Maar ikzelf moet iets gaan doen om uit de impasse te komen, met het blèrende lijf, ondanks mijn grote tegenzin.

Het is tijd voor nog meer verandering.

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Resilience
Resilience

Waar haal je als nabestaande de veerkracht vandaan om door te gaan.

Homoseksualiteit in Nuns
Homoseksualiteit in Nuns

Dat het suicidecijfer in de Noord-Veluwe zo hoog is, lijkt verband te houden met de gebrekkige acceptatie van homoseksualiteit. Laten we dit alsjeblieft snel veranderen.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog
Resilience
Resilience

Waar haal je als nabestaande de veerkracht vandaan om door te gaan.

Homoseksualiteit in Nuns
Homoseksualiteit in Nuns

Dat het suicidecijfer in de Noord-Veluwe zo hoog is, lijkt verband te houden met de gebrekkige acceptatie van homoseksualiteit. Laten we dit alsjeblieft snel veranderen.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog