Toen was het stil

Jarig

Vandaag gedenk ik dat ik 22 jaar geleden het leven schonk aan mijn eerstgeboren kind.

Vandaag is alweer zijn tweede niet-meer-verjaardag. Samen met Marie en Vijf ga ik naar zijn graf, waar we hem steevast niet vinden, maar waar we een plantje voor hem achterlaten. Je moet toch wat.

Het is een beetje zoeken, zo’n dag. Ik hoop ook maar dat mensen het niet zijn vergeten, dat zijn verjaardag nog ergens in agenda’s staat, of beter nog, in harten. Want vandaag over vier weken is hij alweer twee jaar dood en de tijd gaat door en alle mensen ook. [edit, nog voordat ik dit bericht plaatste, liep mijn inbox vol met lieve berichtjes]

Ik ben al een paar weken wat huilerig. Het duurt dan even voordat ik besef dat het najaar is en dat Bas dus bijna niet-jarig is en dat zijn sterfdatum dus ook nadert en dat ik daar dan wellicht last van heb.

Of ik heb gewoon najaarsblues, dat kan ook.

Gisteren werd ik wakker na een vreemde droom. Bas was thuisgekomen na een lange tijd, ik weet niet waar hij was geweest maar hij was wel lang weg geweest. Hij was opgewekt, een blije blonde krullenbol en hij was geïnteresseerd in wat we allemaal hadden gedaan.

De badkamer, dacht ik toen opeens, die had ie nog niet gezien. Dus ik troonde hem mee naar de badkamer, die een serieuze make-over heeft gehad. En hij vond hem heel mooi.

Toen moest er plaats voor hem worden gemaakt. Haastig wees ik hem op een plank onderin de nieuwe kast, waarop hij een mandje met toiletbenodigdheden kwijt kon, naast dat van Marie. Tot mijn opluchting zag ik dat er plaats was voor twee mandjes naast elkaar, maar toen bedacht ik me tot mijn schrik dat ik geen mandje voor Bas had. Gelukkig was er nog een oud mandje, met rommeltjes erin, dat ik gauw leeg kiepte en aan Bas gaf.

Ik voelde me betrapt: ik had een badkamer gemaakt en daarin had ik geen plaats gemaakt voor Bas. Alsof hij er niet meer toe deed.

Een beetje verward werd ik wakker. Niet zozeer gekweld door mijn schuldgevoelens als wel door het gevoel dat Bas zo dichtbij was geweest even. Dat ik hem binnen had kunnen halen met alle enthousiasme en liefde die ik in me voelde. En dat hij zich dat liet aanleunen.

Dat laatste was de laatste jaren namelijk wel anders. Er was afstand tussen hem en mij. Ik gaf hem wel een knuffel, maar hij onderging die. Ik had hem misschien evengoed een klap kunnen geven – gelukkig heb ik dat maar niet getest. Er was onhandigheid, ik wilde hem dolgraag het gevoel geven dat hij thuis was en tegelijk voelde het ook voor mij alsof hij hier niet thuis was.

Achteraf begreep ik dat hij nergens thuis was. Hij was zichzelf aan het vernietigen, eerst langzaam en toen absoluut.

En ik begrijp dat. De tijd dat Bas nog gered had kunnen worden van zichzelf lag al jaren achter hem. Op zijn 10e had hij gered kunnen worden, op zijn 12e, op zijn 16e nog. Toen had het schip gewend kunnen worden, nu koerste het onherroepelijk op dit veel te vroege einde af.

Ik begrijp het, al duurde het even.

Ergens in die eerste weken na zijn dood verzuchtte ik dat ik mijn huis en al mijn bezittingen zou opgeven, als ik daarmee mijn zoon terug zou kunnen krijgen. Marie en Vijf begonnen tegelijk schamper te lachen.

‘Ja, dan ben je alles kwijt, komt Bas terug en dan doet ie het weer,’ zei toen een van hen. Zij snapten het al eerder dan ik: Bas wilde hier niet zijn, al heel lang niet meer.

Dus ik begrijp het, nu wel – en misschien is dat wel een van de laatste taboes: dat je toegeeft dat je je kind niet had kunnen redden, dat die afgrond zich al zoveel langer onder hem – en ons – had geopend.

Waarmee ik geenszins wil zeggen dat ik hem gesteund zou hebben bij zijn keuze. Als hij mij had laten weten er serieus een eind aan te hebben willen maken, zou ik hem meteen hebben laten opsluiten. Alle niet-effectieve maatregelen zou ik hebben aangewend, om dit kind maar niet te verliezen. Mijn hart en mijn lijf wilden en willen dit kind niet kwijt.

Maar mijn hoofd weet beter.

Misschien ben ik daarom wel zo moe. Mijn hoofd heeft zich allang bij deze keuze neergelegd. Mijn hoofd beseft dat hij nu de rust heeft die hij in zijn hele leven niet heeft gekend.

Maar mijn hart verzet zich daar hevig tegen en mijn lijf verlangt ernaar de onwillige, licht stoppelige jongemannenwang alsnog een knuffel te kunnen geven. Mijn lijf gaf hem dat leven en wil er nog steeds geen afscheid van nemen. Mijn lijf droomt van betere tijden, van zachte babyvoetjes en van kinderverjaardagen met slingers en taart.

Een paar weken nadat de vader van mijn kinderen elders was gaan wonen, vierden we Bas’ achtste verjaardag. En ik weet nog goed hoe moeilijk ik dat vond.

Tot dan toe waren kinderverjaardagen ook een soort reisje naar mooie herinneringen, dat vader en ik samen maakten. Waarin ik ophaalde dat ik daar een hele nacht had gelegen, ergens hoog in het toenmalig Ziekenhuis Overvecht. Het was donker geweest en regenachtig. Ik had er weinig belangstelling voor, want de storm die in mijn lijf woedde, hield me volledig in zijn greep.

Maar toen het licht werd, kwam er een vogel in het raamkozijn zitten. Alsof hij even kwam vertellen dat alles heus goed was. Die vogel, die zag ik, die boodschap, die nam ik maar gewoon aan. Nog weer uren later werd Bas geboren en het was helemaal niet goed, maar hij leefde tenminste.

De 12 verjaardagen die Bas na het vertrek van zijn vader nog had, hing ik letterlijk in mijn eentje de slingers op. En in plaats van samen herinneringen ophalen, werd ik ieder jaar weer overvallen door een mengeling van spijt over hoe de dingen waren gelopen en diepe dankbaarheid voor deze drie prachtige kinderen.

Maar er is geen jaar voorbij gegaan zonder taart en zonder slingers, hier werd Bas’ leven uitbundig gevierd.

Straks gaan we een taartje eten, vanavond drink ik een biertje op zijn leven. Het is hoe dan ook zoeken naar hoe je een dag als deze kunt invullen op een manier die bij ons past.

Ik hoop dat meer mensen aan ons denken vandaag. Zodat we de stilte en de kilte een beetje kunnen opvullen met de warmte van anderen.

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Doelloos
Doelloos

De afzondering zorgt voor ruimte, stilte en bezinning, maar ook voor een gevoel van leegte.

Bang
Bang

Het was moeilijk om toe te geven, want het is niet stoer, maar ik ben doodgewoon bang voor alles wat ons boven het hoofd hangt.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog
Doelloos
mens boven aan hoge rots
Bang
zeilboot
Positiviteitsdenken
meisje en hond op kleed
Rouwmoe
fiets in de stad
Onderweg
man met luchtballon
De leegte
Doelloos
Doelloos

De afzondering zorgt voor ruimte, stilte en bezinning, maar ook voor een gevoel van leegte.

Bang
Bang

Het was moeilijk om toe te geven, want het is niet stoer, maar ik ben doodgewoon bang voor alles wat ons boven het hoofd hangt.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog
Doelloos
mens boven aan hoge rots
Bang
zeilboot
Positiviteitsdenken
meisje en hond op kleed
Rouwmoe
fiets in de stad
Onderweg
man met luchtballon
De leegte