Toen was het stil

Hulpverlening

Een goede bekende appt over de zorgen van een jeugdig familielid. Bijna 18 en verslaafd. Suïcidaal ook nog.

Ze spreekt haar zorgen uit: er is al een heleboel geprobeerd aan hulpverlening, dat mislukte en nu is hij straks 18 en dan valt alles weg. Is hij opeens verantwoordelijk voor zijn eigen hulpverlening, moet hij een eigen zorgverzekering, jaarlijks een eigen risico gaan betalen. Dan kan hij pas echt gaan zorgmijden.

De parallellen met Bas zijn wel erg groot, zegt ze en ik antwoord: ‘Als ze maar niet te groot worden.’ Want dit kind leeft en dat willen we graag zo houden.

Hoe kan het toch, dat je alles uit de kast haalt om zo’n joch te helpen, je dagen gevuld met het zoeken naar hulp en je nachten gevuld met zorgen maken en dat het dan toch nog gruwelijk misgaat? Ik heb het nu over mijn eigen kind, maar ik ken daarnaast veel te veel gevallen van falende hulpverlening.

Zijn het allemaal sukkels bij jeugdzorg? Zeker niet. Ik ken er kundige, capabele en betrokken mensen. Met een veel te grote workload, dat dan weer wel. Tegen de tijd dat je zo’n kundig figuur naast je hebt staan, gaan soms wel jaren voorbij. Waarin je eerst op een wachtlijst komt voor een intake, dan op een wachtlijst voor passende hulp, dan krijg je de hulpverlener die net z’n diploma heeft behaald en die het ook allemaal niet weet. Uiteindelijk kom je bij de kundige persoon, die het kind capabel in kaart weet te brengen en dan vanuit oprechte betrokkenheid kan melden dat jeugdzorg niet alles in huis heeft om jouw kind te helpen. Want te complex en mogelijk te psychiatrisch.

Je meldt het kind aan bij de regionale jeugd-ggz. Daar krijg je eerst de wachtlijst, dan de intake. Enzovoort.

Ze hebben je kind getest en besloten dat het psychotherapie moet krijgen. Daar heb je als moeder verder niets over te zeggen. Niet ‘hee maar is dat niet een beetje onlogisch, psychotherapie bij een kind met autistische problematiek?’ Nee, want de psychotherapeut praat niet met de moeder, daar is een andere hulpverlener voor en in het team stemmen ze die dingen dan af. En in het team besluiten ze dat ze het precies goed doen zoals ze het doen.

Na twee jaar het kind trouw iedere week te hebben gebracht naar een andere gemeente, waar kind in plaats van buiten spelen anderhalf uur psychotherapie bedrijft (geen idee wat ze daar deden, daar mocht hij met mij ook niet over praten), terwijl thuis de situatie met ditzelfde kind steeds meer richting onhoudbaar ging, was ik het beu. Ik zocht nieuwe hulp. Hulp die beter aansloot bij het totaal aan eigenschappen dat mijn kind was.

Hij was namelijk niet alleen maar boos en autistisch. Hij was ook lief, muzikaal, creatief en ontzettend begaafd. Had echter een flinke gat tussen verbale en performale gaven enerzijds en zijn verwerkingssnelheid aan de andere kant. Kon dus niet meekomen in de klas, terwijl hij tegelijk de meest briljante leerling was die ze ooit hadden gehad, aldus zijn mentor.

Na het overlijden van ons buurmeisje in 2014 ging het bergafwaarts. Bas begon zich suïcidaal te uiten en moest worden opgenomen. In een crisisbed, want voor behandeling gold een wachtlijst. Dus hij werd ingesteld op antidepressiva en mocht weer naar huis.

Mijn verbazing over het gebrek aan nabehandeling werd niet gehoord. Een maand later bezette hij opnieuw een crisisplek en daarna nog eens. Hop, antidepressiva en weer naar huis.

Maar hij reageerde niet goed op die antidepressiva, niet bij de eerste opname, niet bij de tweede en ook niet bij de derde. Hij raakte geagiteerd, in de war, zelfdestructief.

Helaas had de arts in opleiding die verantwoordelijk was voor zijn behandeling daar geen boodschap aan. Suïcidaal = antidepressiva. Klaar. Want voor behandeling gold een wachtlijst.

Dus maar weer naar huis, weer naar school. Waar hij bleef weglopen, in de war en gefrustreerd.

School ging mis, de volgende school ook. Zijn motivatie was weg, zijn zelfvertrouwen was nul, zijn zelfbeeld lag aan barrels.

Weer vonden we hulp, in de vorm van een huis voor jongeren met autisme. Vol goede moed ging Bas erheen. Maar na een paar weken mocht hij weer vertrekken. Een van de huisgenoten had van hem gestolen en daar was hij zozeer van in de war geraakt dat hij weer was gaan dwalen. En dat konden ze daar niet hebben. Hij was te psychiatrisch, te complex ook.

Bas wilde geen hulp meer. Er kwam een kamer vrij bij zijn vader, hij ging daar wonen, ging overdag timmeren op een bouwplaats, ging een mbo-opleiding volgen. Zoetjesaan kwam hij in kalmer water terecht, gelukkig, eindelijk.

En toen opeens, na het behalen van zijn mbo-opleiding en bouwend aan zijn eigen tiny house – met ambulante begeleiding voor autistische jongeren – was hij dood. De problemen die hij een paar jaar daarvoor had gehad, bleken nog helemaal niet opgelost.

Ik probeer niet teveel te denken in ‘wat als’. Want dan word ik gek. Wat als ik toen en toen niet boos op hem was geweest. Wat als ik hem meer ruimte had gegeven? Wat als … nou ja, verzin maar, er zijn duizenden voorbeelden van situaties waarin ik anders had kunnen handelen dan ik deed.

Maar bovenal denk ik weleens: wat als er gewoon een goede hulpverlener was geweest, toen Bas nog jonger was? Eentje maar, eentje die hem zag zoals hij was. Niet als iemand met autisme óf iemand met een stemmingsstoornis, maar gewoon het hele kind, met al zijn talenten en gebreken.

Wat als er zorg was geweest die allebei die kanten had vertegenwoordigd, jeugdzorg én psychiatrie, in plaats van dat hij werd weggestuurd als ‘te psychiatrisch’ of gewoon met antidepressiva als antwoord op alle levensproblemen.

Ik leg me er bij neer dat Bas er niet meer is, het is niet anders. Soms vliegt het me ongelooflijk aan, als ik het opeens zomaar besef: hij is weg, hij komt niet meer terug.

Maar als ik dan hoor van andere kinderen en jongeren… Niet te helpen door de hulpverlening, niet te hanteren thuis en de ouders durven daar niet zoveel mee, want ze zijn bang dat hij of zij er een eind aan maakt. Dan huil ik van frustratie.

Hoe kan het nou, dat er geen passende hulp lijkt te bestaan voor deze complexe ‘gevallen’?

Waar zijn we mee bezig, als we ons zulke leuke, slimme en lieve kinderen laten ontglippen?

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Resilience
Resilience

Waar haal je als nabestaande de veerkracht vandaan om door te gaan.

Homoseksualiteit in Nuns
Homoseksualiteit in Nuns

Dat het suicidecijfer in de Noord-Veluwe zo hoog is, lijkt verband te houden met de gebrekkige acceptatie van homoseksualiteit. Laten we dit alsjeblieft snel veranderen.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog
Resilience
Resilience

Waar haal je als nabestaande de veerkracht vandaan om door te gaan.

Homoseksualiteit in Nuns
Homoseksualiteit in Nuns

Dat het suicidecijfer in de Noord-Veluwe zo hoog is, lijkt verband te houden met de gebrekkige acceptatie van homoseksualiteit. Laten we dit alsjeblieft snel veranderen.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog