Toen was het stil

Het een plekje geven

De arts die me net tweeënhalf uur lang interviewde over leven en dood van mijn oudste zoon, zei bij het afscheid: ‘Goh, je hebt er nog wel flink last van hè?`

Murw van het gesprek, dat na tweeënhalf uur nog niet klaar was, we hebben dan ook een nieuwe afspraak staan, knikte ik van ja. Maar toen hij weg was en ik de druk van het moeten antwoorden van me afschudde, dacht ik: je hebt er nog flink last van? Het is nog maar ruim anderhalf jaar geleden hè? Dan doet het nog zeer en dan heb je er nog last van. En als ik nou een doos tissues zou hebben verbruikt tijdens het gesprek, dan kon ik me nog iets bij die opmerking voorstellen, maar niks daarvan, ik heb geen traan gelaten.

Mijn emoties liggen echter aan het oppervlak, je hoeft niet heel goed op te letten om op te merken dat iets me raakt.

Dat ervoer de medewerkster van het Centrum Jeugd en Gezin vorige week ook, toen ze me toevallig net aan de telefoon had nadat was gebleken dat deze organisatie een paar flinke steken had laten vallen. Stress! Megastress! Momenteel maakt zoiets mij zeer assertief, op het drammerige af. In dit geval nog wel terecht ook, denk ik, maar dat is niet altijd het geval.

Of de buurman die me kwam helpen uitzoeken waar de kortsluiting zat, nadat ik al bijna 24 uur zonder stroom had gezeten. Ik moest ervan huilen, van die zomaar aangeboden hulp.

De emoties liggen allemaal vlak onder mijn huid, je hoeft er alleen maar zachtjes tegenaan te duwen om reactie te krijgen.

Maar goed, dat iemand opmerkt dat de dood van mijn zoon me nog heel wat doet, dat is toch een opmerking die me wel bezighoudt. Het klonk namelijk alsof het raar is. Er zijn er meer die er zo over denken en dat verbaast me, omdat ik het zelf zo logisch vind dat ik er nog ondersteboven van ben.

Zo zijn er ook mensen die menen dat ik beter geen blogs kan schrijven, want zo kan ik nooit verder met mijn leven.

Ikzelf zie dat anders. Het is fijn om te schrijven, dat bovenal. Schrijven moet, net zoals ademen en eten. Het is daarnaast fijn om met dat schrijven begrip te kweken voor mijn situatie en daarmee voor de situatie van een heleboel lotgenoten. Voorts kan ik al schrijvend woorden geven aan gedachten en gevoelens die anders blijven sluimeren in mijn lijf. Zoals het gevoel van verwarring dat zo’n opmerking over dat ik er nog last van heb bij me oproept.

Een lotgenote schreef deze week dat ze zo baalt van mensen die zeggen dat je het een plekje moet geven, en ik reageerde daarop door plaatsvervangend te briesen van verontwaardiging.

Want, welk plekje dan? Achter m’n oor, op m’n bil, op mijn arm, daar waar tegenwoordig een tattoo staat ter ere van Bas? En hoeveel plek mag een plekje innemen?

Mijn Bas neemt wel zoveel plaats in, dat beslaat mijn hele hart, mijn hele lijf, mijn hele bestaansrecht. Niet alleen hij hoor, zijn zus en broer doen dat ook. Maar iemand die zoveel plaats inneemt, kan toch nooit worden weggezet op een plekje?

Hebben mensen die dit adviseren enig idee wat ze daarmee zeggen? Zet het verdriet om je kind maar op de boekenplank, past precies tussen zijn foto en de kaars die ernaast staat.

Ja, ik heb er dus nog flink last van. Alle rituelen ten spijt.

Vandaag was ik met hondje Cookie naar het graf van Bas, om daar voor de zoveelste keer te constateren dat ik hem er niet vond en om voor de zoveelste keer te vertrekken met een steen op m’n maag omdat ik hem er voor mijn gevoel wél achterlaat.

En ik heb dus die tatoeages op mijn arm. Duidelijk, beslist niet onopvallend, bulkend van de symboliek en ten afscheid in plaats van ter herinnering. Want vergeten doe ik hem heus niet.

Fly baby bird, fly. Dat staat er niet, maar dat wil ik er wel mee zeggen. Ga maar jongen, ik moet je loslaten, ik ga verder, ga maar. De afbeeldingen helpen me bij dit proces, elke dag weer.

Het is dan ook niet alleen de dood van Bas die ik verwerken moet, maar ook zijn leven. Alle gebeurtenissen die hebben geleid tot dit onherroepelijke einde. Alle fouten die zijn gemaakt, door mij en door alle anderen. Maar ook alle mooie aspecten. Zijn talenten, zijn uitzonderlijke gaven.

Stuk voor stuk heb ik ze zitten benoemen, naar die arts, voor dat interview. Want hij moet alles weten, in het kader van het onderzoek onder ouders van kinderen die door eigen hand stierven in 2017.

Niet zo raar dat ik er last van heb dan. Verder ben ik namelijk best een tough cookie, om met m’n hond te spreken. Ik bespreek alles, noem het beestje bij de naam, ga mee naar therapeuten van de kinderen en ga daar ook weer met de billen bloot. Ik heb namelijk niks te verliezen, wil bovenal dat het goed gaat met die andere twee.

We gaan er dwars doorheen, ieder op zijn of haar eigen tempo, gesteund door elkaar en door onze naaste omgeving. Het is zomer, de zon lacht, de zwaluwen buitelen, het gras geurt. En wij buffelen door.

Bas heeft zijn plekje onder een boom, hij gaat daar nooit meer weg. Een plekje in mijn hart, dat daar ook blijft zo lang ik er zelf ben. En op de kast staat een foto, naast een kaars.

Ik heb er nog last van, ik zal er last van houden tot mijn laatste adem. Wen er maar aan, mensen die met mij omgaan, ik ben hartstikke leuk en soms assertief, soms uitgesproken agressief zelfs, maar ik ben wel bezeerd. Dat is helemaal niet erg, ik ben namelijk de enige niet en je kunt er gewoon met me over praten, ergens op een plekje.

De volgende keer dat ik die arts zie, zal ik hem toch eens vragen wat hij nou precies bedoelde met zijn opmerking. Of hij oprecht meent dat je er na anderhalf jaar eigenlijk geen last meer van zou moeten hebben, van het overlijden van je kind.

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Werkende moeder
Werkende moeder

Je kunt nog zo hard vinden dat je moet werken, als het niet gaat, dan gaat het niet. En als het niet gaat, kun je het beter ook maar niet doen.

Chagrijn
Chagrijn

Je kunt denken voorbereid te zijn op rouw, maar het overvalt je steeds op een manier die je niet verwacht.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog
Roze fietsbel
Werkende moeder
binnenkant paraplu
Chagrijn
vrouw met ballonnen en trap
Verjaard
Dr. Lucy Hone
Resilience
Regenboog blaadjes
Homoseksualiteit in Nuns
Zwaar voor zo’n kleintje
Werkende moeder
Werkende moeder

Je kunt nog zo hard vinden dat je moet werken, als het niet gaat, dan gaat het niet. En als het niet gaat, kun je het beter ook maar niet doen.

Chagrijn
Chagrijn

Je kunt denken voorbereid te zijn op rouw, maar het overvalt je steeds op een manier die je niet verwacht.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog
Roze fietsbel
Werkende moeder
binnenkant paraplu
Chagrijn
vrouw met ballonnen en trap
Verjaard
Dr. Lucy Hone
Resilience
Regenboog blaadjes
Homoseksualiteit in Nuns
Zwaar voor zo’n kleintje