Toen was het stil

Het andere taboe

We hadden elkaar al enige jaren niet gezien en nu botsten we bijna tegen elkaar op in de supermarkt, waar ik op een holletje doorheen ging, want ik had een hondje in de auto.

Ik wist dat hij in die jaren veel verlies en verdriet had doorgemaakt, dus ik was verheugd hem te zien dat zei ik hem ook.

‘We gaan door,’ antwoordde hij, ‘het is nu genoeg geweest.’

Ik beaamde dat hij genoeg op z’n bordje had gehad. Waarop hij opgewekt informeerde naar het welzijn van mijn kinderen.

Voorzichtig antwoordde ik: ‘Je weet dat onze Bas is overleden?’

Nee, dat wist hij zichtbaar niet. Hij kromp in elkaar, draaide zich vervolgens in tranen van me af. Hij had Bas best goed gekend, vroeger, toen onze zoons samen hockeyden. En het verlies van de ander komt keihard binnen als je zelf al zo kwetsbaar bent.

Ik voelde me bijna schuldig. Legde even een hand op zijn schouder en liep toen snel naar de kassa. Waar ik een grapje maakte tegen de kassière, ik weet niet meer waarover. Aan mij merk je niks.

Maar eenmaal thuis ben ik even gaan liggen. Dit was de derde keer in twee dagen dat ik iemand moest vertellen dat Bas niet meer leeft. De eerste twee gesprekken waren met mensen die met Vijf te maken hebben. Niet zo emotioneel als de laatste dus, maar toch ook weer wel. Want mensen schrikken zich helemaal te pletter van zo’n mededeling.

Er zijn twee manieren om het te vertellen. Eentje is recht voor zijn raap, die gaat naar onbekenden: ‘Mijn zoon leeft niet meer, het was zelfdoding.’ Dat vertel ik in één zin, want de vraag ‘o was het een ongeluk?’ komt er anders meteen achteraan en dan moet ik dus nóg een pijnlijke mededeling doen. Want zelfdoding is erger dan gewoon dood.

Mensen die Bas hebben gekend spaar ik een beetje, merk ik. Dus ik vertel dan, voorzichtig, dat hij niet meer leeft. En vervolgens, ja, het was dus zelfdoding.

Ongemerkt zorg ik dus een beetje voor mijn gesprekspartner. Ik zorg er meestal ook voor dat die niet zo veel aan mij merkt. Soms wat tranen in mijn ogen, soms zitten we allemaal met tranen in onze ogen, maar meer niet.

Terwijl er vanbinnen van alles gebeurt. Ik dus inderdaad even moet gaan liggen thuis omdat het me letterlijk duizelt en ik het bloed luid door mijn hoofd hoor suizen.

Ik moet vaker liggen tegenwoordig. Contact met de buitenwereld kost me energie en dus veel moeite. En dat komt niet zozeer doordat al die mensen zo schrikken van mijn mededeling – tenslotte weten de meesten het inmiddels wel – als wel doordat ik niet zo goed weet hoe ik in contact met anderen met mijn eigen stemming moet omgaan.

Mijn stemming is zwart. Dankzij hondje Cookie kom ik ’s morgens op een fatsoenlijke tijd uit mijn bed, loop ik dan een half uurtje en heb ik ook in de rest van de dag wat structuur en beweging. Dankzij Cookie heb ik contact met de buitenwereld, gewoon van die kleine praatjes over modderpoten en hondenharen. Ze vertedert me en maakt me aan het lachen.

Maar ’s nachts ben ik bang dat ik haar kwijtraak. Visualiseer ik dat iemand haar uit m’n auto haalt, als ik net een moeilijk gesprek in de supermarkt aan het voeren ben. Mijn hoofd doet het niet goed.

‘Het is een depressie,’ zegt de psycholoog die ik al vaker raadpleegde, en dat is natuurlijk geen verrassing. Rouw is een vorm van depressie. En dat ik ’s morgens eigenlijk helemaal niet op wil staan, merk ik zelf ook heus wel op als iets wat niet helemaal normaal is.

Maar over rouw kan ik vrijuit praten. Rouw is heel logisch en te bevatten door de mensen om me heen. Dat wil zeggen, de meeste mensen kunnen niet bevatten wat ik doormaak, maar ze bevatten wel dat het heel groot en heel zwaar en heel diep is.

Dat eerste jaar stonden er dan ook veel mensen voor me klaar. Alert op mijn behoeften, voor mij en de mijnen zorgend als we dat nodig leken te hebben. En ik praatte over Bas en probeerde uit te leggen hoe dat nou voelt, zo’n ontzettende schok.

Nu de schok weg is, zijn de mensen ook weg. De dagen, weken, maanden, bijna jaren verstrijken.

Maar ik kan nog steeds niet zelf uitreiken naar mensen. Ik schuil in de stilte van mijn huis, in de veiligheid van alleen ik, een hondje en twee katten en zo nu en dan een vermoeide puber.

De eenzaamheid vliegt me aan. Ik kan me de laatste keer niet herinneren dat iemand me vroeg om naar een feestje te gaan of iets leuks te ondernemen.

Dat is natuurlijk niet helemaal waar, want ik heb een partner die dat wel degelijk doet. Gelukkig maar.

De psycholoog adviseerde me om ‘kunst’ op te pakken, als therapeutisch iets. Dat ik lekker kan prutsen, tegelijk onder de mensen ben en iets kan doen met creatieve behoeften. Dus dat doe ik nu. Depressie slaat alle creativiteit dood, maar wie weet, ik vind prutsen namelijk nog steeds leuk.

‘Rouw is een soort burn-out Plus’, zei ik eerder desgevraagd, als opviel dat ik wel erg veel vergeet de afgelopen jaren. Mijn hoofd lijkt een beetje los te zitten en bij iedere willekeurige deadline raak ik in paniek. Het nakomen van afspraken kost me erg veel moeite, het binnenlaten van mensen in mijn heilige stilte ook.

Op de een of andere manier kun je dat gewoon vertellen zonder dat het gesprek stokt. Rouw, burn-out, allemaal dingen waar je over kunt praten.

Maar nu het een depressie heet, merk ik dat het moeilijker ligt.

Nog steeds merk je aan de buitenkant niet veel aan mij. Ik maak grapjes aan de kassa, ben gereserveerd en meestal best vriendelijk ook nog.

Alleen, zo voelt het dus niet. Een lege dag gaapt me aan als een eindeloze vlakte zonder horizon. Wat zal ik eens gaan doen met mijn leven? Wil ik eigenlijk wel wat doen met mijn leven? Wat zal ik om te beginnen eens doen om deze dag door te komen?

Het gebrek aan familie breekt me op. Er is geen enkele vanzelfsprekendheid, in geen enkel contact behalve dan met mijn partner en kinderen. Iedereen kan me legitiem vergeten, want ik sta gewoon wat verder weg.

Ik knuffel mijn Cookie nog maar eens. Koop een paar goedkope laarzen op marktplaats. En hoop op betere tijden. Ik doe het best goed.

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Doelloos
Doelloos

De afzondering zorgt voor ruimte, stilte en bezinning, maar ook voor een gevoel van leegte.

Bang
Bang

Het was moeilijk om toe te geven, want het is niet stoer, maar ik ben doodgewoon bang voor alles wat ons boven het hoofd hangt.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog
Doelloos
mens boven aan hoge rots
Bang
zeilboot
Positiviteitsdenken
meisje en hond op kleed
Rouwmoe
fiets in de stad
Onderweg
man met luchtballon
De leegte
Doelloos
Doelloos

De afzondering zorgt voor ruimte, stilte en bezinning, maar ook voor een gevoel van leegte.

Bang
Bang

Het was moeilijk om toe te geven, want het is niet stoer, maar ik ben doodgewoon bang voor alles wat ons boven het hoofd hangt.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog
Doelloos
mens boven aan hoge rots
Bang
zeilboot
Positiviteitsdenken
meisje en hond op kleed
Rouwmoe
fiets in de stad
Onderweg
man met luchtballon
De leegte