Toen was het stil

Herdenkingen

We herdachten de oorlog, Vijf en ik, voor de tv, in stilte. Niet alleen die twee minuten, ook de minuten ervoor en erna. Vijf houdt van geschiedenis en weet er ook veel van, dus dat herdenken van de oorlog, dat zegt hem wel wat. Bovendien is hij opgegroeid met de verhalen uit de familie, de oorlog is niet zo ver weg als 75 jaar wel klinkt. We kijken elkaar niet aan, zijn beiden diep onder de indruk.

Ik herinnerde me de keer dat ik erbij was op de Dam, een paar jaar geleden was dat. Het was gedurende die twee minuten zo stil dat je duiven kon horen klapwieken, zodat je dan pas beseft dat je dat normaal niet hoort. Zelfs de trams reden niet, iets waar ik eerder helemaal niet bij stil had gestaan. Ik moest mijn tranen wegdringen toen, zoals altijd als de oorlog wordt herdacht.

Mijn ouders praatten nooit echt over de oorlog, maar op de een of andere manier was mijn jeugd er toch van doordrongen.

Langzaam maar zeker, stukje bij brokje kreeg ik informatie over de jeugd van mijn moeder, middenin het gebombardeerde Rotterdam. Met een broer die werd gedeporteerd, een vader die als enige van zijn Joods voetbalelftal de oorlog overleefde en die ervoor zorgde dat zijn gezin geen honger leed. Maar de rest van Rotterdam had wel honger, in de hongerwinter moest mijn moeder soms over de dode lichamen van andere kinderen heen stappen als ze het huis uitging. En de dreiging was er evengoed, net zoals de gaten in de stad.

Mijn vader was een heel ander verhaal, die was op 17-jarige leeftijd naar zee gegaan en kwam abrupt in een oorlog terecht. De Nederlandse koopvaardij werd ingelijfd bij de Engelse en zo bleef hij zes jaar lang varen in oorlogsgebied.

Stel je voor, je bent 17 jaar, het is midden op zee, nacht, je werkt in de buik van het schip, opdat dit kan varen, en je hoort daar dat er torpedo’s worden afgeschoten die de schepen naast jou neerhalen. De schepen waar je vrienden op zitten. Ieder moment kun jijzelf zo’n torpedo verwachten en dan is het snel afgelopen met je. In de ochtend als het weer licht is kijk je om je heen en dan zie je dat er van de schepen die naast je voeren (men voer in konvooien) een paar weg zijn. Je vrienden zijn dood. Je hebt gehoord dat ze zijn neergehaald, maar je kon niks doen, want jullie voeren door, in het donker. Zo’n 1600 Nederlandse koopvaardijmensen verloren op die manier hun leven.

Zes jaar lang kom je niet thuis. Zie je je moeder niet. Je hebt een tijd lang niet eens geweten of ze nog wel leefden, je familie, want Rotterdam was gebombardeerd en zij misschien ook wel. Eindelijk kom je thuis – je bent inmiddels 23 – en daar wordt je dan gezegd: ‘Jij hebt de oorlog niet meegemaakt.’ En je kunt niet meer wennen aan de manier waarop mensen met elkaar omgaan.

Tot eind 20e eeuw waren de mannen van de koopvaardij niet welkom bij herdenkingen, ze waren tenslotte dan wel veteranen, maar geen legerveteranen. Toen ze eindelijk mochten meelopen op het defilé in Wageningen, was het nog maar een klein groepje van oude mannen dat was overgebleven.

Een bittere man was mijn vader, tot aan zijn dood op 90-jarige leeftijd heeft hij zich onvoldoende erkend geweten. Over zijn gevoelens praatte hij niet, mensen die dat wel deden minachtte hij, of liever gezegd: hij kon daar niet mee omgaan. Zijn pijn nam hij mee het graf in, de pijn van een ander zal die van hem ongewild hebben aangeraakt.

Vanuit een nest als dit is het best logisch dat ik wat gereserveerd ben geraakt. Geen prinsessengedrag bij ons thuis, mijn vader kon niet tegen huilende kinderen en ook zeuren werd bestraft met een grote mond, met een meer dan luide stem, want tientallen jaren in de machinekamer van verschillende schepen hadden mijn vader hardhorend gemaakt.

Als ik mijn teen stootte, zei ik niet eens au, huilen deed ik zo weinig mogelijk, en nu mijn kind dood is, heb ik daar dus opnieuw moeite mee. Ik heb een partner bij wie ik uithuil, soms schiet ik vol als ik met iemand in gesprek ben.

Verder huil ik heus wel, maar dan gewoon bij het wakker worden, als me iets te binnen schiet wat me heel erg raakt. Als mijn blik valt op een moederdagcadeautje dat op de basisschool werd geknutseld. Als ik zomaar ineens voor me zie hoe Bas zijn voeten neerzette, met een beetje een slingerende gang, alsof zijn ledematen net niet helemaal bij hem hoorden. Aan zijn bulderende lach. Zijn spottende opmerkingen. Zijn stem, waarvan ik zo bang ben dat ik die ga vergeten.

Zonder dat ik er al teveel erg in heb, stap ik dan met natte wangen en dikke ogen uit bed, snuit mijn neus eens op de wc en dat was het dan weer. Het is haast routine, dat rouwen.

Mijn moeder moest altijd huilen tijdens de dodenherdenking en dat moet ik ook.

Één keer per jaar huilen we om al die mensen die dood zijn gegaan. Daarbij valt mijn ene kind bijna in het niet. Bijna.

Foto: Frits de Jong via Pixabay

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Bang
Bang

Het was moeilijk om toe te geven, want het is niet stoer, maar ik ben doodgewoon bang voor alles wat ons boven het hoofd hangt.

Positiviteitsdenken
Positiviteitsdenken

Keuzes maken en verantwoordelijkheid nemen maken je vrij, zegt men. Ik ben het daar niet mee eens.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog
mens boven aan hoge rots
Bang
zeilboot
Positiviteitsdenken
meisje en hond op kleed
Rouwmoe
fiets in de stad
Onderweg
man met luchtballon
De leegte
De groeten van Bas
Bang
Bang

Het was moeilijk om toe te geven, want het is niet stoer, maar ik ben doodgewoon bang voor alles wat ons boven het hoofd hangt.

Positiviteitsdenken
Positiviteitsdenken

Keuzes maken en verantwoordelijkheid nemen maken je vrij, zegt men. Ik ben het daar niet mee eens.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog
mens boven aan hoge rots
Bang
zeilboot
Positiviteitsdenken
meisje en hond op kleed
Rouwmoe
fiets in de stad
Onderweg
man met luchtballon
De leegte
De groeten van Bas