Toen was het stil

Gezinshulp

Vrij snel na het overlijden van Bas werd me hulp aangeboden door vriendinnen, die best ver bij me vandaan wonen en allemaal een veeleisende baan hebben. Ze wilden me komen ondersteunen, dat roerde me zeer.

In de praktijk was het niet haalbaar. Zelfs al waren ze hier bij toerbeurt naartoe gekomen om te helpen, dan nog zou het niks zijn geworden.

Want wat zouden ze moeten doen? De was? Die kon ik prima zelf. Ramen lappen? Mwah, lekker belangrijk.

Die eerste weken was het nog duidelijk, toen kon ik niet zo veel. Eten koken bijvoorbeeld, dat kon ik echt niet. Niet omdat ik was vergeten hoe je aardappels schilt, maar ik kon domweg niet bedenken wat dan te eten. In de supermarkt stond ik maar een beetje te staren naar ingrediënten waarvan ik niet wist wat ik ermee zou kunnen doen.

Op zich was dat wel handig, want mensen wilden graag helpen en hiermee had ik een concrete hulpvraag: we willen graag eten.

Uit heel Nederland kwamen de pannetjes met eten. Bij een buurvrouw werd in allerijl een magnetron geleend om dat eten ook eenvoudig te kunnen opwarmen.

Ik voelde me verzorgd en ontlast.

Maar er was wel hulp nodig. Ik redde het net niet alleen.

Via Humanitas zou iets geregeld worden. Toen vervolgens een man langskwam om een luisterend oor te bieden, reageerde ik verbaasd. Van tevoren had ik duidelijk aangegeven dat ik praktische hulp nodig had en hier kon ik dus niks mee.

Via een vriendin die er verstand van heeft kwam ik uit bij een thuiszorgorganisatie. Zij boden gezinshulp.

Tja. Dat vond ik dan weer klinken alsof we een disfunctioneel gezin zijn en dat zijn we niet. Ik weifelde.

Maar ach, een verkennend gesprek kon best.

De mevrouw die het intakegesprek kwam doen, legde uit: ‘Er komt iemand langs, wekelijks, of tweewekelijks, net wat u wilt. En die komt ondersteuning bieden, bijvoorbeeld bij praktische zaken.’

O, wacht even. Ik kan dus iemand vragen om me te helpen de chaos op zolder te verhelpen?

Want het klinkt misschien gek, mijn kind is net overleden en je zou zeggen dat zulke praktische dingen dan volledig ondergeschikt zijn juist. Maar ik heb er dus juist last van dat het zo’n puinhoop is op zolder. En in de garage. En nog wel meer plekken. Ik zou echt meer rust in de kop hebben als daar wat systeem in zat en op de een of andere manier lukt het me nu niet om het op te pakken.

Er kwam een vrouw langs van het WMO-loket, om te inventariseren welke hulp ik nodig had. Zij vroeg me welke aanpassingen ik in huis nodig had.

Niet begrijpend keek ik haar aan.

Ja, ik had toch een beperking?

‘Mijn kind is overleden,’ zei ik, ‘dat is waar ik hulp voor nodig heb.’

De mevrouw verschoot van kleur. Ze stamelde iets, keek in haar papieren waarin wel degelijk bleek te staan dat dit mijn hulpvraag was.

Als ik het nu vertel, denk ik: ach, kan gebeuren. Maar toen deed het zeer. Het was de zoveelste pijnlijke confrontatie, de zoveelste blunder ook.

Niet lang na dit gesprek werd ik gebeld. Een kordate stem. Ze stelde voor om gauw een afspraak te maken om elkaar te leren kennen.

Niet deze vrouw, dacht ik. Alles, maar niet die. Ik hoorde al aan haar stem dat wij niet zouden klikken. Een soort Marie Kondo, maar dan een oudere, stevige Twentse matrone, die mijn huishouden zou komen platwalsen met mij erbij.

Een beetje stug antwoordde ik dat we dan maar een afspraak moesten maken. Tja, ik kon natuurlijk niet aan de telefoon al zeggen ‘jou moet ik niet’, dat zou ik dan wel tijdens of na dat eerste gesprek doen.

Een week later was het zover. Er stond een niet al te grote, helemaal niet oude, vriendelijke vrouw op de stoep, die me een stevige hand ter begroeting gaf. Ik was nog steeds stug en terughoudend, voorbereid op het beroerdste scenario.

Dat eerste gesprek was best leuk. Ik zou het een weekje aankijken.

Afgelopen week hadden we de laatste afspraak, na bijna anderhalf jaar waarin ze wekelijks langskwam.

Ik herinner me niets van dat eerste half jaar.

‘Je was ook wat apathisch,’ zei ze, toen ik dat bij de evaluatie vertelde, ‘en dat mocht natuurlijk ook best, gezien wat je had meegemaakt.’

We waren meteen begonnen met de kamer van Bas. Dat wist zij nog precies, hoe zwaar dat was. En we waren ook geëindigd met Bas, omdat wij samen de laatste dozen met zijn spullen uitpakten.

In de tussentijd deden we de zolder en de garage, een kast in de kamer en nog een een kast. De kamer van Vijf, de kamer van Marie.

Zoetjesaan werd mijn huis weer een huis.

Ben ik zo’n rommelkont? Een beetje wel ja. Maar ik houd wel van orde en die was ik kwijt. Te veel spullen. De spullen die ik van mijn moeder meenam na haar verhuizing. De spullen van Bas.

Maar ik was vooral niet in staat om het op te lossen, vergelijkbaar met het eten koken van die eerste weken. Ik stond erbij en keek ernaar en er gebeurde niks, behalve dat de rommel stoffig werd.

Mijn ‘hulp’ was goud waard. Want vaak wilde ik ook niet zoveel. Ik was moe, o ik was zo moe.

Zij begon dan gewoon iets aan te pakken, ik volgde en werkte dan hard. En aan het einde van de twee uur hadden we gegarandeerd weer een stukje huis opgeruimd. Een stukje hoofd geleegd.

Voor en na het ruimen praatten we. Met een kop thee namen we de week door.

Er gebeurt hier altijd wel wat. Ze zat erbij toen Marie te horen kreeg dat ze haar schooldiploma had gehaald, menigmaal zat ze erbij als ik een onaangenaam telefoontje kreeg.

Ze was persoonlijk betrokken, maar behield evengoed professionele afstand. Met altijd weer een goeie tip, een praktische kijk op het leven, die ik sowieso ontbeer.

Deze week namen we afscheid. En ik heb het er verrot moeilijk mee. Mijn huis is aan kant, maar ik was nog helemaal niet toe aan weer een afscheid.

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Bang
Bang

Het was moeilijk om toe te geven, want het is niet stoer, maar ik ben doodgewoon bang voor alles wat ons boven het hoofd hangt.

Positiviteitsdenken
Positiviteitsdenken

Keuzes maken en verantwoordelijkheid nemen maken je vrij, zegt men. Ik ben het daar niet mee eens.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog
mens boven aan hoge rots
Bang
zeilboot
Positiviteitsdenken
meisje en hond op kleed
Rouwmoe
fiets in de stad
Onderweg
man met luchtballon
De leegte
De groeten van Bas
Bang
Bang

Het was moeilijk om toe te geven, want het is niet stoer, maar ik ben doodgewoon bang voor alles wat ons boven het hoofd hangt.

Positiviteitsdenken
Positiviteitsdenken

Keuzes maken en verantwoordelijkheid nemen maken je vrij, zegt men. Ik ben het daar niet mee eens.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog
mens boven aan hoge rots
Bang
zeilboot
Positiviteitsdenken
meisje en hond op kleed
Rouwmoe
fiets in de stad
Onderweg
man met luchtballon
De leegte
De groeten van Bas