Toen was het stil

Feestje

Soms neem ik pauze van het grote verdriet. Dan besluit ik dat ik even wat anders ga doen en dan heb ik het naar mijn zin. Dat gaat niet helemaal bewust, maar het werkt wel. Ik kan echt oprecht genieten van een fijne sfeer, lekker eten, lieve mensen.

Totdat je dan toch nog opeens voelt wat er mist. Opeens, en met verdubbelde kracht, als om je duidelijk te maken dat je nu wel kan denken dat het leven leuk is, maar dat het dat mooi niet is.

Een paar dagen geleden was ik op een feestje waar ik nagenoeg niemand kende. Het feestje was buiten, in een grote partytent, met volop eten en drinken, kachels, lichtjes, muziek. En mensen.

Aansluiting vinden kostte wat moeite, vanaf de zijlijn observeerde ik de andere aanwezigen, die elkaar allemaal wel goed leken te kennen. Ik vulde een bordje met eten en zocht een zitplek.

Daar raakte ik in gesprek met een andere alleenstaande moeder en algauw hadden we het over kinderen en op welke leeftijd die zelfstandig zijn.

De vrouw vertelde eerst over haar kinderen en vroeg toen belangstellend: ’Hoe veel kinderen heb jij?’

Razendsnel dacht ik na, voordat ik antwoordde: ’Twee.’

Inderdaad, ik had het goed bedacht, want ze reageerde met de vraag: ’En hoe oud zijn ze?’

Ik kon antwoorden dat ze 14 en 19 zijn. Had niet geweten hoe ik het gesprek had moeten voeren als ik Bas ook had genoemd. ‘Ja, ik had ook nog een zoon, die zou nu 21 zijn geweest, maar die is vorig jaar overleden.’

Simpel toch? Kun je zo zeggen, klaar.

Maar in gedachten zie ik het gezicht van mijn gesprekspartner al betrekken. Heb dat namelijk al best vaak gezien, de afgelopen 14 maanden. Dat iemand opeens niet meer goed weet wat te zeggen. De luchtigheid is weg, de lucht is opeens bewolkt. Kletspraatje wordt meelevend gesprek. Weg feestje.

Goed opgelost dus, we praatten gewoon gezellig verder. Over Culemborg, wat een leuke stad (dorp) dat is.

Maar het voelde naar. Ik heb niet twee kinderen, ik heb er drie. Door te zeggen dat ik er twee heb, verloochende ik er eentje. Net alsof hij nooit bestaan heeft.

Even later stond ik bij een vuurton te praten met weer een andere alleenstaande moeder. En ook zij vroeg naar mijn kinderen.

‘Ik heb er drie,’ zei ik snel, in de hoop dat ze niet door zou vragen.

‘Goh, da’s een huis vol, als jij en Jaap er allebei drie hebben,’ luidde haar reactie.

Ik knikte en rondde het gesprek snel af. Ja, het is een huis vol. Voller dan ooit. Hoe is het mogelijk dat een kind na zijn overlijden zo veel meer plaats inneemt dan hij in de jaren eraan voorafgaand deed?

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Verjaard
Verjaard

We eten taart en vieren Bas’ verjaardag, tegen wil en dank.

Resilience
Resilience

Waar haal je als nabestaande de veerkracht vandaan om door te gaan.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog
vrouw met ballonnen en trap
Verjaard
Dr. Lucy Hone
Resilience
Regenboog blaadjes
Homoseksualiteit in Nuns
Zwaar voor zo’n kleintje
Storm op zee
Onverdraagzaam
Tijd
Verjaard
Verjaard

We eten taart en vieren Bas’ verjaardag, tegen wil en dank.

Resilience
Resilience

Waar haal je als nabestaande de veerkracht vandaan om door te gaan.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog
vrouw met ballonnen en trap
Verjaard
Dr. Lucy Hone
Resilience
Regenboog blaadjes
Homoseksualiteit in Nuns
Zwaar voor zo’n kleintje
Storm op zee
Onverdraagzaam
Tijd