Toen was het stil

Er toch bijhoren

Bas woonde al ruim twee jaar niet meer thuis, maar kwam nagenoeg ieder weekend naar hier. Dan deed ik mijn best om hem lekkere dingen voor te zetten, we gingen naar zijn favoriete Turkse pizzabakker, deden als het even kon wat leuks en aten sowieso een zondagsontbijt aan een gedekte tafel, met sapjes en scrambled eggs.

Hij trok dan ook veel op met Vijf. Samen zaten ze achter de computer, of gingen ze naar de supermarkt om chips te kopen. Op die momenten waren we een warm en hecht gezin. Bas was zorgzaam, warm, grappig en gezellig.

Ik deed er alles aan om hem het gevoel te geven dat hij er echt bijhoorde, ook al woonde hij hier niet.

Het was vaak feest, maar lang niet altijd. Bas’ stemmingen stuiterden geregeld van himmelhoch jauchzend naar zum Tode betrübt, en weer terug. En in beide gevallen was hij erg aanwezig. Was hij himmelhoch, dan stond hij uren onder de douche, zette de muziek keihard aan en at zomaar alle kaas op. Was hij betrübt, dan maakte hij vervelende, sarcastische opmerkingen. In beide gevallen was zijn houding explosief en liepen we op kousenvoeten om hem niet te ontrieven.

Het laatste weekend dat Bas hier was, een paar dagen voor zijn dood, was er ook zo-een. Hij keek somber, zei alleen het hoognodige, maakte weinig contact en ik voelde vanuit zijn houding – en ik zal nooit weten of dat gevoel klopte – een groot verwijt. Gelukkig had hij die zaterdagavond wel nog fijne gesprekken met Marie.

Op zondagochtend verdween hij, als een dief in de nacht. Waar hij altijd ‘s ochtends wachtte op gezamenlijk ontbijt, waarna ik hem met de auto weer naar de trein bracht, stond hij nu heel vroeg op.

Gelukkig, achteraf gelukkig, kwam hij Vijf tegen, die toevallig ook net beneden rondscharrelde.

Bas wilde geen ontbijt, hij wilde naar de trein. Vijf, toen 13, bracht hem achterop de fiets naar het station. En waar Bas hem daar ten afscheid altijd helemaal suf knuffelde, keek hij hem nu zelfs niet aan.

Toen ik even later opstond, was Vijf alweer thuis. Ik stuurde Bas nog een appje: ‘Hee, vroege vogel! Moest je toch werken vandaag? Volgende keer moet je me gewoon roepen hoor, ik lig ‘s ochtends toch maar wat te doezelen. x’

Dit was het laatste appje dat ik hem ooit stuurde. Hij antwoordde: ‘Oké, is goed,’ maar wist natuurlijk zelf al dat die volgende keer helemaal niet zou komen. Want een paar dagen later was hij dood.

Hij had afstand genomen, dat weekend al. En ik heb het niet als zodanig opgemerkt.

Natuurlijk, kun je zeggen, je bent dan wel zijn moeder, maar je bent niet helderziend. En hij heeft het niet voor niks voor zich gehouden: hij wilde uit het leven stappen en hij wilde daarbij niet worden tegengehouden.

Maar o, wat had ik hem graag nog even geknuffeld. Wat had ik hem graag willen laten weten hoeveel ik van hem hield. Want ik deed dan wel mijn stinkende best voor hem, maar de moeite die ik zo nu en dan had met zijn gedrag heeft hij feilloos opgepikt en die moeite interpreteerde hij als afwijzing. Het was een dans over ijsschotsen, waarbij je krampachtig je best doet om het allemaal mooi te maken, terwijl je weet dat iedere misstap je in de koude diepte kan doen belanden.

Maar ja, stel dat hij me de kans had gegeven hem die knuffel te geven – en ik zette hem nooit op de trein zonder afscheidsknuffel – dan had hij de stap naar de dood misschien wel helemaal niet kunnen maken. Als hij Vijf daar op het station had aangeraakt, zou hij de liefde van en voor zijn kleine broer hebben voelen stromen en dan was hij gebleven. Voor Vijf, voor ons, want voor hem hoefde het al langer niet meer.

Had ik de zin van het leven niet beter aan hem kunnen overbrengen? Die zin is voor mij namelijk dat je betekenis hebt. Je leven heeft zin als er van je wordt gehouden – nou, van Bas werd ongelooflijk veel gehouden. Onvoorwaardelijk gehouden. Ook al zal hij dat niet altijd zo hebben ervaren.

Het is niet voor niets dat we zo gewond zijn achtergebleven.

Ik kan oprecht genieten van lekker eten en fijn gezelschap, ik kan bulderen van het lachen en liefhebben als een onschuldige tiener. Maar daaronder is het er altijd. Ik hoef niet naar een foto te kijken, om de weemakende pijn zomaar opeens te voelen opvlammen.

Daar leg ik me bij neer, bij die pijn, en dat helpt echt. Dat ik er niet tegen vecht, dat ik ten volle besef dat deze pijn deel van mij uitmaakt, dat ik het maar laat gebeuren, als een niet te stuiten oerkracht, als golven in de branding, als weeën bij een bevalling.

Misschien dat ik daarom wel gewoon nog steeds ook ruimte heb voor die andere dingen. Heb ik daarom afgelopen week voor het eerst in 17 maanden weer zelf bloemen gekocht. Kleurige ranonkels, die snel in de vaas staan te sterven door hun geknakte stelen; hoe symbolisch, hoe wrang.

In de tussentijd probeer ik de zin van het leven door te geven aan mijn andere kinderen, die gezegend zijn met een hoofd zonder stemmingsstoornis en die bezeerd zijn door een jeugd met teveel pijn en gedoe.

Jullie doen ertoe kinderen, jullie weten niet half hoezeer jullie ertoe doen. Ervaar ooit maar eens wat er met je gebeurt als je een kind krijgt: de wereld krijgt er een dimensie bij. Dat kind, daar draait de aardbol om; dat kind, daar zou je je leven voor geven. En ook al worden het vroeger of later zeurende, licht dementerende, woest impulsieve en lamlendig slome pubers, dat doet die liefde geen spatje minder leven.

Het zijn fijne mensen, die kinderen van mij. Ze doen ertoe, niet alleen voor mij, maar ook voor elkaar en voor nog zoveel meer mensen. Hun vader, hun oma, hun klasgenoten, tot aan de buurvrouw toe. Pas bij een uitvaart zie je hoe veel mensen er liefde hebben gevoeld.

Ik begrijp best dat Bas zich hiervan moest losscheuren. Met al die liefde in zijn hart had hij nooit kunnen vertrekken. Ik hoop maar dat hij toch meestal wel heeft gevoeld hoe veel er van hem is gehouden. En ik hoop dat hij waar hij nu ook moge zijn niet meekrijgt hoe groot onze pijn is. Want dat zou een forse trap na zijn.

‘Heb vrede, lieve schat, heb vrede’. Dat stond op onze rouwkaart en dat staat op zijn steen.

Laat hem alsjeblieft de rust hebben die hij zocht.

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Onverdraagzaam
Onverdraagzaam

Mijn empathie is stuk. Dat dit ook bij rouw zou horen, had ik nooit kunnen bedenken.

Tijd
Tijd

Het lijkt een eeuw geleden dat Bas nog bij ons was. Tegelijk is het alsof hij ieder moment de deur binnen kan wandelen.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog
Storm op zee
Onverdraagzaam
Tijd
Eiffeltoren 2004
De Eiffeltoren van Bas
Doelloos
mens boven aan hoge rots
Bang
zeilboot
Positiviteitsdenken
Onverdraagzaam
Onverdraagzaam

Mijn empathie is stuk. Dat dit ook bij rouw zou horen, had ik nooit kunnen bedenken.

Tijd
Tijd

Het lijkt een eeuw geleden dat Bas nog bij ons was. Tegelijk is het alsof hij ieder moment de deur binnen kan wandelen.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog
Storm op zee
Onverdraagzaam
Tijd
Eiffeltoren 2004
De Eiffeltoren van Bas
Doelloos
mens boven aan hoge rots
Bang
zeilboot
Positiviteitsdenken