Toen was het stil

Empathie van een deurklink

‘Ik ga niet nu al in die depressie,’ mopperde ik richting Jaap, toen ik me doodmoe m’n bed uit hees. Had een nacht liggen malen over Bas, de zoveelste nacht op rij al.
‘Het is pas in november vijf jaar geleden dat ie stierf en ik ga me pas in september weer ellendig voelen,’ ging ik door. ‘Ik ga me dus gewoon weer goed voelen en wel NU.’
Soms ben ik er zo klaar mee, dat verdriet, en vooral dat het me overvalt op momenten waarop ik er niet op zit te wachten en dat ik dus ook echt niet kan timen wanneer ik inzak. Zoals nu.
En ik sta ook wel weer op hoor, ik blijf echt niet tot 1 november somber. Toch?

De aanleiding was, denk ik, het gesprek over mijn vader dat ik met een familielid had. Over dat het zo’n gekwelde man was en dat het moeilijk was zijn dochter te zijn.
Mijn gedachten bleven daarna maar rollen, over de mannen in mijn leven. Mijn partner, het huwelijk met de vader van mijn kinderen, mijn kinderen. Bas.
Ik heb jarenlang gedacht dat ik gewoon niet zo goed was in het zijn van een moeder van pubers. Maar ik ben best goed gebleken in het zijn van een moeder van pubers. Ik stel grenzen, maar ben ook redelijk, ik spreek de kinderen aan als volwassenen, maar beperk hun verantwoordelijkheden, ik ben vrij relaxt – ik denk dat ik een redelijk veilige moeder ben.
Het was wel moeilijk om moeder van Bas te zijn. Want die rekte grenzen op, had schijt aan grenzen, wilde als volwassene worden behandeld, maar was ondanks zijn imponerende gestalte en een vol hoofd aan boekenwijsheid nog zo jong. 
En waar ik bij de andere twee soms even op m’n tong bijt om niks stoms te zeggen – sommige dingen moeten kinderen gewoon echt zelf uitzoeken, daar hebben ze vooral geen bemoeienis van een moeder bij nodig – zei ik tegen Bas op de een of andere manier altijd stomme dingen. 
Omdat ik nou eenmaal niet zo goed kan huichelen. Omdat, zelfs als ik dat dan wel doe, van mijn gezicht af is te lezen dat ik helemaal niet meen wat ik zeg. En ik vond een hoop van wat Bas deed nou eenmaal niet verstandig.

Dat niet kunnen huichelen bracht me ook na de dood van Bas in problemen. Ook dat bedacht ik me na dat gesprek over mijn vader. Want mijn vader zei wat in hem opkwam, ook al waren dat nare en beledigende dingen. Hij kwetste mensen, maar had dat zelf niet zo in de gaten, hij was niet erg empathisch. 
Misschien was hij dat ooit wel geweest, maar was hij al zijn medeleven kwijtgeraakt in de oorlog. Mijn vader was een zwaar getraumatiseerd persoon, ook al werd hier nooit over gesproken.
Ik bedacht me dat ik die empathie gelukkig wel heb. Nog niet zo lang geleden condoleerde ik iemand met het verlies van haar hond en ik meende dat met heel mijn hart. Arm mens, wat hield ze van dat dier. 
In het eerste jaar na het overlijden van Bas zou ik hebben gedacht: een hond? Doe niet zo gek, het is maar een hond hoor. Ik was zelfs nijdig op mensen die berichtjes plaatsten op sociale media over hun moeder die 10 jaar geleden was overleden. 
Gelukkig hield ik me in en zei ik er niets van. Iets in mijn hoofd zei me namelijk dat dit gevoel niet helemaal klopte. Maar over minder belangrijke zaken sprak ik me wel degelijk uit. En fors ook.
Dat heeft me een hoop contacten gekost, tot mijn grote verdriet. Mensen om wie ik oprecht gaf, die uit mijn leven verdwenen omdat ik het zo vol overgave niet met ze eens was.

Inmiddels is die rust dus weergekeerd. Kan ik meeleven met iemand die verdrietig is om het verlies van een buurman. En wuif ik het weg als diegene meteen zegt ‘ach, waar heb ik het over hè, jij verloor je kind, dat is veel erger.’
‘Welnee,’ zeg ik dan, ‘ieder heeft zijn eigen verdriet en je moet dat vooral niet met elkaar gaan vergelijken,’ en dat meen ik dus ook. Ik kan me voorstellen dat je volledig omver gekacheld kan worden als je hond overlijdt, als die hond je maatje was. 
Je moet dan weer niet zeggen: ‘Ik weet wat jij voelde toen je je kind verloor, want ik ben ook zo verdrietig om mijn hond.’ Want nee, het is niet vergelijkbaar. Maar jouw intense verdriet mag er zijn en ik leef echt met je mee.
Gelukkig maar. Ik heb ongeveer een jaar lang het empathisch vermogen van een deurkruk gehad. Kennelijk is dat nodig. Een soort muur om mij heen, om me te beschermen tegen de invloeden van buitenaf, omdat dat wat binnenin gebeurde alles en nog meer van mij vroeg. 
Soms vind ik het jammer dat ik dat ik ook toen niet zo goed kon huichelen. Want de mensen die ik ben kwijtgeraakt, mis ik best wel.
Tegelijk denk ik: als jij het contact met mij verbreekt omdat ik het niet met je eens was, wat voor waarde had ons contact dan voor jou? Ik val nooit iemand aan, ook niet als ik me heel rot voel. En ik heb graag gelijk, maar ik vind jou ook oké als je het niet met me eens bent – waarom is dat omgekeerd niet zo?

Oftewel het cliché: in tijden van nood leer je je vrienden kennen. 
Ik ben wel veranderd de afgelopen jaren – een najaarsdepressie had ik voor vijf jaar geleden niet, bijvoorbeeld. Misschien ben ik ook wel wat directer geworden, zeg ik het sneller als ik ergens niet van gediend ben.
Maar ik ben ook warmer geworden. Weten hoe allesverterend verdriet kan zijn, maakt dat je kunt meeleven met anderen. Mits daar ruimte voor is. En ik heb die ruimte dus weer. 
Ik zou willen vragen om geduld bij mensen die niet zo lang geleden een dierbare verloren. Heb geduld, wees genadig. Neem degene die rouwt niet alles kwalijk, dit gaat weer voorbij. Of niet, maar dan kun je altijd nog afstand nemen.

5 Reacties

  1. Marjolijn Slaap

    Wat een eerlijk verhaal. Dank je wel dat ik even mee mocht kijken met jou..

    Antwoord
    • Patti

      Dank je wel Marjolijn, voor deze aardige reactie.

      Antwoord
  2. Iet

    Totaal geen gebrek aan empathie gevoeld na overlijden van mijn vader. Alles lijkt bespreekbaar bij ons ondanks de pijn en verdriet. Dank Patti en Jaap dat jullie in mijn leven zijn.

    Antwoord
    • Patti

      Ach lieve Iet, dank je wel <3

      Antwoord
      • Linda

        Zó herkenbaar! Zó waar! Op den duur is er steeds meer ruimte.
        En die eerste alinea … alsof ik mezelf hoor … het is pas in oktober 5 jaar geleden, dus niet nu na een ‘denknacht’ in dat verdriet willen schieten, nee nú schijnt de zon, nú wil ik ‘gewoon’ zijn…

        Antwoord

Laat een reactie achter voor Linda Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

De ring van Bas
De ring van Bas

De ring die van Bas was, brak doormidden. Hoe symbolisch is dat.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog
De ring van Bas
De ring van Bas

De ring die van Bas was, brak doormidden. Hoe symbolisch is dat.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog