Toen was het stil

De zachtheid van de dingen

De eerste week na de dood van Bas was ik opmerkelijk helder.

Op zo’n eerste dag moet natuurlijk van alles worden geregeld. Als ik daar nu op terugkijk, denk ik: hoe kreeg ik het voor elkaar?

Je krijgt out of the blue de mededeling dat je kind dood is en vervolgens regel je hoppetee zijn uitvaart, welke uitvaartondernemer, welke kist, wat voor kaarten en hoe veel, wat krijgt hij aan. Je wast je kind en kleedt hem aan. Je informeert de scholen van de andere twee. Je informeert oma. Je zorgt dat er vriendinnen om je heen staan. Je zorgt voor slaapmedicatie voor de eerste paar nachten.

Echt, dat regelde ik allemaal. Ik at een week lang niet, dronk sloten met zwarte koffie. Sliep best goed, met dank aan die medicatie. Die ik ook nog met enig haar op mijn tanden moest bevechten.

Ik zat in de auto, naast Jaap, de kinderen achterin. Een stille rit van drie kwartier. Bloednerveus waren we, we zouden Bas voor het eerst gaan zien. Aangeslagen waren we ook, de realiteit van Bas’ dood drong maar moeilijk tot ons door.

Op de een of andere manier had ik die dag geen haast om Bas te gaan zien. Ook al best raar, als ik daar op terugkijk. Je zou denken dat ik ‘s ochtends, na het telefoontje dat hij was overleden, meteen zou gaan rénnen richting mijn kind. Maar niet dus, ik stond die dag en vervolgens die hele week in standje ‘praktisch’.

Daar zat om te beginnen een logistiek probleem achter: ik kon niet autorijden en Marie ook niet. De rechercheur die me had gebeld om me te vertellen dat Bas dood was (wat lomp eigenlijk, achteraf bezien, om een moeder gewoon maar te bellen met die mededeling), waarschuwde me al dat ik niet achter het stuur moest gaan zitten. Maar dat had ik zelf ook al bedacht.

We wachtten dus totdat vriend Jaap dwars door de ochtendspits 130 kilometer onze kant op was komen rijden, opdat hij mij kon steunen én ons mee kon nemen naar de plek waar Bas lag.

Met de vader van Bas had ik afgesproken dat ik die kant op zou komen op het moment dat de begrafenisondernemer er zou zijn. Volstrekt logisch, hoefden we daar niet een beetje te gaan zitten wachten.

In de auto dus, naast Jaap, onderweg naar Utrecht. Ik had die ochtend bedacht dat ik slaapmedicatie wilde en daartoe had ik de huisarts gebeld.

Tja, mijn huisarts was de rest van de dag niet meer bereikbaar, meldde de assistente, dus of ik morgen terug wilde bellen?

Nee, ik moest vandaag die medicatie.

Oké, dan zou ze het een van de andere artsen voorleggen, maar het was niet gezegd dat ik het dan zou krijgen hoor, want dat konden die andere artsen ook niet beoordelen.

Ik dacht: dat kunnen ze wel, wel met de aantekening die sinds die ochtend in mijn dossier stond, namelijk: ‘kind dood’.

Ze belde me terug toen ik in de auto zat. ‘Ik heb het een van de andere artsen gevraagd en u kunt een recept krijgen voor temazepam.’

‘Dat is normison en daar heb ik niks aan,’ zei ik, ‘ik wil een doorslaper.’

‘Temazepam is geen normison hoor, er zit wat temazepam in normison,’ antwoordde de assistente.

‘Temazepam is wel normison en ik wil wat anders.’ Mèn, wat was ik helder en doortastend.

‘Wel, dan kan ik vragen om een recept voor iets anders, maar ik kan niet garanderen dat u dat vandaag ook heeft,’ zei de assistente.

‘Ik ga ervan uit dat ik het vanmiddag heb.’ Ik klonk vastbesloten, bijna dreigend zelfs, vrees ik. Normaal ben ik echt niet onaardig tegen assistentes, maar nu moest alles gaan zoals ik het wilde. En ik belde meteen een vriendin op om het recept die middag voor me op te halen.

Die nacht had ik mijn medicatie en ik sliep.

Later die week besloot ik dat Marie en ik allebei fijne schoenen nodig hadden voor de uitvaart (Vijf had net nieuwe) en bestelde de fijnste schoenen die we konden vinden. Ik kocht ook nog een nieuwe trui, een grote, warme, zachte, blauwe trui.

Een paar dagen daarna, op een dag dat Jaap er niet was, reden we – Marie achter het stuur – op de terugweg van Bas naar huis langs Ikea, omdat ik had bedacht dat we een tapijt nodig hadden in de huiskamer.

We keken op het informatiebord bij de ingang, renden in één streep door naar de tapijtenafdeling, kozen er daar razendsnel eentje uit, hesen die op de schouder van Vijf en toen gingen we ook maar meteen eten in het restaurant.

Weer een probleem opgelost, want de kinderen eten voorzetten lukte me simpelweg niet in die eerste weken. Ik kon niet koken en ik kon vooral ook niet bedenken wat dan te koken.

Daar zaten we dan. De kinderen etend, ik niet want ik kon gewoon niet veel wegkrijgen.

We keken eens om ons heen, wat een rare wereld was dit. Iedereen vrolijk, mensen met baby’s, stelletjes met zwangere buiken. Het was zo levend allemaal, zo gericht op de toekomst. Zo ver van ons.

Wij hadden op onze manier ook lol. Vijf en Marie goochelden met het best wel zware tapijt, er werden over en weer grapjes gemaakt, wij hebben altijd wel plezier. Zelfs toen.

‘Die mensen moesten eens weten,’ zei ik, midden in een schatermoment, ‘dat we heel erg in de rouw zijn. Dat onze zoon, onze broer net dood is en dat we zijn begrafenis aan het regelen zijn.’

Even stil keken we alle drie om ons heen. Ja, het was een surreële ervaring. Alsof we er wel waren, maar dan in een andere dimensie. Die mensen waren allemaal aan het doorgaan met hun leven, terwijl dat van ons volledig stilstond. Alsof we zelf een beetje dood waren gegaan die week.

Maar we kwamen thuis met een tapijtje. Die week woonde ik in mijn nieuwe trui. Van verschillende bezoekers in de weken erop kregen we fleecedekentjes, die begrepen het ook al.

Je hebt zachtheid nodig als je wereld stil komt te staan. Iedereen gaat door maar jij bent er even niet. Jij zit in je trui onder je dekentje en als je je voeten even op de grond zet, zit daar een zacht tapijtje onder.

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Verjaard
Verjaard

We eten taart en vieren Bas’ verjaardag, tegen wil en dank.

Resilience
Resilience

Waar haal je als nabestaande de veerkracht vandaan om door te gaan.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog
vrouw met ballonnen en trap
Verjaard
Dr. Lucy Hone
Resilience
Regenboog blaadjes
Homoseksualiteit in Nuns
Zwaar voor zo’n kleintje
Storm op zee
Onverdraagzaam
Tijd
Verjaard
Verjaard

We eten taart en vieren Bas’ verjaardag, tegen wil en dank.

Resilience
Resilience

Waar haal je als nabestaande de veerkracht vandaan om door te gaan.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog
vrouw met ballonnen en trap
Verjaard
Dr. Lucy Hone
Resilience
Regenboog blaadjes
Homoseksualiteit in Nuns
Zwaar voor zo’n kleintje
Storm op zee
Onverdraagzaam
Tijd