Toen was het stil

Blij blij blij

Ik sta op het terrein van de Parade, het is avond en de lucht is rood. Het is rustig op het terrein, ondanks de zaterdagavond, want het was regenachtig vandaag en mensen doen dit soort dingen liever op een moment waarop je wel lekker op het terras kunt zitten.

Maar inmiddels is het droog en hier en daar zijn de tafeltjes toch nog bezet geraakt. Het is een zachte avond, van overal komen flarden van muziek, blije gesprekken – wat zijn mensen op de Parade toch allemaal opgewekt – en het geluid van soppende schoenen op het drassige terrein.

Een universum op zich, eenmaal op het festivalterrein vergeet je dat er nog een hele stad omheen ligt.

Ik sta er en kijk naar de rode lucht. Tussen al die mensen ben ik even alleen en ik ben onnoemelijk eenzaam.

Nog maar een paar minuten geleden zat ik te schateren bij de Levende Jukebox. Ik zong luidkeels mee met de liedjes van Hazes en zo nog een paar waar ik de tekst redelijk van ken. Stootte mijn partner aan: fijn hè en gezellig en wat hebben we goeie plaatsen zo vooraan.

En nu sta ik eenzaam te wezen. Hij is even naar de wc en ik zie de rode lucht.

Mijn stemmingen wisselen zo snel als het weer. Van uitbundig vrolijk naar zum Tode betrübt in seconden en weer terug.

Want partner komt terug van de wc, slaat een arm om me heen, ik kijk hem liefdevol aan en ons leven samen gaat weer verder.

Wonderlijk vind ik het, hoe blij je überhaupt kunt zijn met zo’n groot verdriet.

Ik geloof dat ik er mensen ook mee verwar. Zit je met een groepje op een terrasje, heb ik het hoogste woord, schater om mijn eigen grapjes, of die nou leuk zijn of niet. Ik zit zichtbaar te genieten van mijn omgeving en gezelschap.

Ik weet nog hoe blij ik was toen ik na de eerste maanden van grauwsluier weer een kleine jubel kon voelen. Je weet wel, zo’n jubel als wanneer je, net op de snelweg, het gas van je motorfiets opentrekt en je voelt de motor bijna onder je vandaan stuiteren. Of het luxe gevoel van je schone lijf in een bed met lakens die zo schoon zijn dat ze om je heen geuren en knisperen als een coconnetje van zacht en fijn. Of de voldoening van een vooral niet noodzakelijke maar wel fijne aankoop in de uitverkoop. De eerste slok van een glas wijn die echt naar kersen smaakt. Wakker worden op een dag zonder afspraken en dan schijnt de zon ook nog.

Kleine jubels maken het leven draaglijk.

Wat het voor anderen verwarrend maakt, is dat ik kan overkomen als volstrekt zorgeloos en blij. En dat ben ik niet. Nooit eigenlijk. Ik kan me dolgelukkig voelen, als mijn geliefde me even vastpakt omdat hij me ziet, of als we samen de slappe lach hebben om niets. Maar er zit altijd een laagje onder. Altijd het besef dat er iets helemaal niet klopt. En het vraagt maar een kleine gebeurtenis om dat besef op te roepen.

Het kan zelfs fijn zijn om even teruggeworpen te worden in de pijn, gek genoeg. Gewoon even vertellen hoe moeilijk het ook is, gewoon even wat tranen laten lopen. Moeilijke muziek opzoeken. De verhalen van anderen lezen. Wegduiken in de rouw.

Daarna is er weer ruimte voor jubeltjes.

Kan ik genieten met mijn gezin, zonder dat het gemis van dat ene gezinslid daarbij steeds voorop staat. Het gemis is er altijd, maar zo sluimerend op de achtergrond als een dissonerend achtergrondmuziekje is het best draaglijk.

Ik kan het niet zo goed uitleggen, wil het ook niet altijd uitleggen, want het is voor iemand die niet in mijn schoenen staat niet te volgen.

O, je was net blij toch en nu ben je niet meer blij? Ehhh…

En dat is wat eenzaam maakt. Niemand die het echt begrijpt. Iedereen gunt me mijn gelukjes, iedereen die ertoe doet vindt het helemaal logisch dat ik ook weer inzak. Maar er is niemand die het volgt. Niemand die ik even kan beetpakken om het uit te gillen, als het me verschrikkelijk aanvliegt opeens: hij is er niet meer, hij is weg, hij ligt daar onder de grond en hij komt niet meer terug.

Want ja, moet ik dat nog uitleggen, iedereen weet ‘t intussen toch wel?

Soms zit ik op mijn telefoon te kijken als er een foto van Bas langskomt, of nog erger, een van Bas met de andere kinderen. Een leuke, blije foto van voorbije tijden. Dan moet ik me inhouden om de telefoon niet met kracht van me af te smijten. O, wat zou ik graag smijten! Met m’n spullen, bij voorkeur mijn goeie spullen; iemand anders’ vergeten bordjes werkt niet, weet ik uit ervaring.

Maar ik doe het niet, ik ben altijd verstandig. Gil niet, rook niet, drink beschaafd, slik geen pillen en gooi niet met telefoons.

Ik ben gewoon degene die ik altijd al was. Meestal vriendelijk, draag het hart op de tong. Lekker duidelijk. Maar de grote verdrieten bewaar ik voor de momenten waarop ik alleen ben, dat kan ik niet anders.

Zowel Marie als Vijf schreven dat ze het op prijs zouden stellen als iemand hen eens vroeg hoe het met ze gaat. Dat je dan op een ander niveau met iemand kan praten, dan heb je pas echt contact.

Ik herken dat zo. Totdat die vraag is gesteld, blijft je een beetje om elkaar heen draaien, lijkt wel. Mensen met wie ik ben vermoeden veel zware gevoelens bij mij, maar blijven daarvan af. En ik ben vrolijk en heb ‘t naar mijn zin – voor hen nog meer reden om van de zwaarte af te blijven, want ze willen het moment niet voor me verpesten. Bovendien wil ook ik niet altijd de sfeer zwaarder maken.

Die eerste maanden moest je me echt niet vragen hoe het met me ging, ik had daar domweg geen antwoord op.

Hoe gaat het?

Geen idee, het gaat van alles.

Maar nu, na alle denk- en voeltijd die ik na het overlijden heb doorgemaakt, kan ik wel antwoord geven. Kan ik met het antwoord echt in contact treden, met mijn gevoel en met jou. Kan ik iets van mijn eenzaamheid laten varen.

Ik ben blij met de mensen om me heen, met de uitstapjes, met het theater. Ik ben vaak blij. Maar echt helemaal gelukkig word ik niet meer.

Foto: De Parade, Den Haag

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Resilience
Resilience

Waar haal je als nabestaande de veerkracht vandaan om door te gaan.

Homoseksualiteit in Nuns
Homoseksualiteit in Nuns

Dat het suicidecijfer in de Noord-Veluwe zo hoog is, lijkt verband te houden met de gebrekkige acceptatie van homoseksualiteit. Laten we dit alsjeblieft snel veranderen.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog
Resilience
Resilience

Waar haal je als nabestaande de veerkracht vandaan om door te gaan.

Homoseksualiteit in Nuns
Homoseksualiteit in Nuns

Dat het suicidecijfer in de Noord-Veluwe zo hoog is, lijkt verband te houden met de gebrekkige acceptatie van homoseksualiteit. Laten we dit alsjeblieft snel veranderen.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog