Toen was het stil

100 jaar

Vandaag 100 jaar geleden beviel een Londense vrouw in Rotterdam van haar tweede kind, daarbij bijgestaan door een vroedvrouw wier taal ze niet sprak.
Tenminste, zo stel ik het me voor.
Nog maar een paar maanden eerder waren de vrouw en haar man samen met hun peuter in Nederland komen wonen. Ze waren gevlucht voor de economische crisis in Engeland, in Rotterdam kon de man gewoon in de haven aan het werk.
De geborene was een jongetje, dat ze Gerbrand noemden. Tot aan haar dood, een krappe 50 jaar later, heeft z’n moeder zijn naam niet kunnen uitspreken, ze noemde hem Jerry.
Thuis sprak men Engels; op straat, op school en op de zondagsschool leerden de kinderen Nederlands praten, met een vet Rotterdams accent.
Toen Gerbrand 17 jaar was, ging hij naar zee. Het was 1939 en er begon langzaam een oorlog uit te breken. Maar Nederland maakte zich niet druk, tenslotte was men de eerste Wereldoorlog ook rustig doorgerold dankzij een neutrale status.
Helaas ging het mis, zoals we allemaal weten. Na het bombardement van Rotterdam was ook Nederland in oorlog.
Het schip waar Gerbrand op voer, werd aangesloten bij de Engelse koopvaardij, de bemanning ingelijfd bij de Britten. De thuishaven werd Glasgow, of Aberdeen. En Gerbrand heette opnieuw Jerry.
Zeven jaar lang zag hij zijn moeder niet, hij voer in de buik van het schip, in konvooien, beschermd door marineschepen, over de Noordzee en over de Middellandse Zee. Hij zag al zijn vrienden sneuvelen, op de schepen om hem heen, die alleen maar toevallig wél werden geraakt door bommen uit Duitse bommenwerpers of torpedo’s uit onderzeeërs.
Toen hij in 1945 weer thuiskwam, was hij veranderd. ‘Jij hebt de oorlog niet meegemaakt,’ zei men tegen hem, in Rotterdam. Hij wist wel beter, maar hij zei niets. Hij hield helemaal op met dingen uitleggen. Hij hield ook een beetje op met lachen.
Hij was niet meer zo heel jong toen hij mijn moeder ontmoette en met haar trouwde. Voor haar deed hij alles, hij nam haar mee naar zee en liet haar de wereld zien, de mooie wereld. Hij verwende haar met sieraden, kocht haar een mooie auto. En na zeven jaar schonk zij hem mij.
Vijf jaar later overleed mijn oma Vi in een Rotterdams verpleeghuis, verzorgd door vrouwen wier taal ze niet verstond, en omringd door kinderen wier namen ze nog altijd niet kon uitspreken.

Vandaag vieren we de 100e geboortedag van mijn vader. Ik vertelde dat bij de bakker, waar ik een taart ging kopen. ‘Hij heeft het niet gehaald hoor, die 100,’ zei ik erbij, ‘maar ik vind zo’n geboortedag toch reden genoeg om te vieren.’
‘Ach, jij bent de dochter van mevrouw Broeder,’ zei de bakkersvrouw.
Ik knikte van ja.
‘Hoe eh, hoe is dat?’ Ze probeerde voorzichtig te vragen hoe het met mijn moeder zou gaan, in de veronderstelling dat het antwoord wellicht niet erg positief zou zijn.
‘Mijn moeder is in april overleden,’ antwoordde ik. En ik vertelde over haar ziekbed.
‘Ach, we hadden het er hier al over,’ zei ze, ‘dat er iets aan de hand moest zijn. Ze kwam steeds minder vaak, vertelde ook wel dat ze ziek was, maar met sinterklaas hadden we haar hier echt wel moeten zien.’
‘Exact een week geleden hebben we de as van mijn beide ouders uitgestrooid op de Maas,’ vertelde ik. Ik weet niet waarom ik het vertelde, het voelde gewoon even zo vertrouwd en ik wilde dit zo graag delen.
We schoten allebei vol.
Sorry, zei ze, dat ze ernaar had gevraagd.
O nee, dat is niet erg, antwoordde ik naar waarheid. Het is niet erg om samen emotioneel te zijn, ik voelde even iets van verbinding op een onverwachte plek en dat was alleen maar heel erg fijn.
Ze wenste ons een fijne avond en die gingen we hebben.

We aten taart en sushi. Een gruwelijke combinatie eigenlijk, zeker als je bedenkt dat mijn vader liever in hongerstaking zou zijn gegaan dan dat hij ook maar een hap sushi zou hebben gegeten.
Mijn vader was een ernstig eigenwijze man.
Maar de verstrooiing van zijn as bovenop de Maastunnel in Rotterdam, samen met de as van zijn geliefde vrouw, ik vermoed dat hij daar wel mee zou hebben ingestemd.
En anders maar niet natuurlijk.
Wij hadden een geweldige dag, Marie, Vijf, Jaap en ik, op De Oude Maze, het allereerste directieschip van de gemeente. Een oud scheepje, een oude rivier, een oude tunnel, de as van twee oude mensen, het paste allemaal.
Marie en ik hebben verwoed de as uit de twee kokers staan strooien en daarna draaide het scheepje een rondje om die plek, terwijl de scheepshoorn drie maal een saluut toeterde. De kinderen en ik hielden elkaar stevig vast, in het toch nog plotselinge besef dat dit nu echt het laatste afscheid was.
Op het water, daar waar mijn beide ouders zozeer thuis waren.

We vieren geen verjaardagen van overleden ouders; mijn vader werd 90 en heeft dus bij leven echt wel genoeg verjaardagen gekend. Maar deze moest even. 100 jaar. Een totaal andere tijd. Alsof hij van een andere planeet kwam, en zo voelde het vaak ook wel.
Mijn vader had tot voor vorige week driekwart jaar onder onze kapstok gestaan, staan wachten op de as van zijn vrouw, die er twee maanden geleden naast werd gezet, en staan wachten op de plannen die wij met deze as hadden. Mijn moeder had zijn as bijna negen jaar lang in het crematorium laten staan en we wisten één ding zeker: daar moest hij weg. De kapstok was niet een heel elegante oplossing, maar het was hoe dan ook tijdelijk.
Het is nu opeens leeg onder de kapstok. Die twee tasjes vielen eigenlijk helemaal niet op, maar nu ze weg zijn, staat er opeens een leegte.
Het is goed zo. Tranen bij het saluut van dat bootje, tranen bij de bakker. Maar het is goed, mijn ouders hebben rust en ze zijn samen. En wij kunnen verder, samen.

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

De winst van verlies
De winst van verlies

Het helpt echt om je pijn te doorvoelen en te merken dat je het kunt dragen.

Spaghetti
Spaghetti

Rouw is een ingewikkeld proces en stopt eigenlijk nooit.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog
De winst van verlies
De winst van verlies

Het helpt echt om je pijn te doorvoelen en te merken dat je het kunt dragen.

Spaghetti
Spaghetti

Rouw is een ingewikkeld proces en stopt eigenlijk nooit.

Blogs

  • Pattiblog
  • Gastblog